Bank schiet niet tekort in haar zorgplicht bij advisering overlijdensrisicoverzekering

In 2002 krijgt mevrouw A een relatie met meneer B. In 2004 besluiten zij samen te gaan wonen. Eind 2005 besluit het stel samen een woning te kopen. Om de financiering van de woning rond te krijgen vindt eind november 2005 een adviesgesprek plaats bij bank X. Tijdens dit adviesgesprek komt ook het grote leeftijdsverschil tussen mevrouw A en meneer B aan de orde. Mevrouw A is op dat moment 34 jaar en meneer B 58 jaar. In het advies, dat op 2 december 2005 door bank X wordt uitgebracht, adviseert de bank naast de hypotheek ook een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Na dit advies brengt bank X in februari 2006 een offerte uit voor een hypothecaire lening van €1.150.000. Mevrouw A en meneer B gaan akkoord met deze offerte en gebruiken de hypothecaire financiering om een woning van €950.500 aan te kopen. Naast deze hypothecaire lening hebben zij geen overlijdensrisicoverzekering afgesloten. In 2011 wordt bij meneer B acute leukemie geconstateerd. Naar aanleiding van dit bericht lost meneer B direct €200.000 af op de hypothecaire lening en zetten zij het huis in de verkoop. In 2012 is meneer B overleden. Pas enkele maanden na het overlijden wordt de woning uiteindelijk verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt door mevrouw A gebruikt om de lening af te lossen maar er blijft een restschuld over van €35.000. Deze restschuld wordt vervolgens uit andere middelen door haar afgelost.

Mevrouw stapt naar rechter nadat Kifid klacht verwerpt

Nadat de lening volledig is afgelost dient mevrouw A een klacht in bij het Kifid over de handelwijze van bank X. Nadat de Ombudsman van het Kifid de klacht in 2014 heeft verworpen start zij een procedure bij de rechtbank. In deze procedure stelt mevrouw A dat bank X tekort is geschoten in haar zorgplicht. Bank X heeft in de gegeven omstandigheden niet gehandeld zoals van een redelijk en bekwaam adviseur verwacht mocht worden. Volgens mevrouw A had bank X moeten beseffen dat de hypotheek zonder overlijdensrisicoverzekering niet voldeed aan de besproken doelstellingen. Daarnaast heeft de bank haar onvoldoende gewezen op de financiële risico’s en heeft bank X onvoldoende nazorg verleend nadat de hypotheek was verstrekt. Met de procedure vordert zij een verklaring voor recht dat bank X toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht. Secundair vordert A een verklaring voor recht dat de bank onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Tot slot vordert A een verklaring dat bank X aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden.

Vordering in eerste aanleg afgewezen

De rechtbank heeft in januari 2017 de vorderingen van mevrouw A afgewezen. Het verwijt van mevrouw A dat bank X in 2006 ten behoeve van haar een overlijdensrisicoverzekering zou afsluiten is inmiddels verjaard. Daarnaast heeft mevrouw A niets naar voren gebracht waaruit kan worden geconcludeerd dat zij bij betere advisering of nazorg nog een overlijdensrisicoverzekering op het leven van meneer B zou hebben afgesloten. Ook heeft mevrouw A niet onderbouwd dat zij niet in staat was om in de woning te blijven wonen. Tot slot heeft mevrouw A zich op verschillende bepalingen uit de Wft en de Leidraad Hypotheekadvisering beroepen. De rechter komt echter tot het oordeel dat deze bepalingen, voor zover deze al bestonden in 2006, niet van toepassing waren op de verhouding tussen mevrouw A en bank X.

Bank mag volstaan met één advies

In hoger beroep stelt mevrouw A opnieuw dat bank X tekort geschoten is in de nakoming van de zorgplicht. Volgens mevrouw A had het grote leeftijdverschil tussen haar en meneer B aanleiding voor de bank moeten zijn om haar expliciet en persoonlijk te waarschuwen. Het hof verwerpt dit standpunt van mevrouw A. Uit het adviesrapport blijkt expliciet dat overlijdensrisicoverzekering in de situatie van A en B wenselijk was. Nu mevrouw A en meneer B gezamenlijk bij het adviesgesprek aanwezig waren was er voor bank X geen aanleiding om mevrouw A persoonlijk extra te waarschuwen. Het hof is dan ook van oordeel dat bank X met één advies mocht volstaan. Het hof is van oordeel dat bank X in dit geval heeft gehandeld zoals van een redelijk en bekwaam adviseur verwacht mocht worden. Van een zorgplicht schending door de bank is in dit geval dan ook geen sprake.

Geen sprake van onvoldoende nazorg

In hoger beroep heeft mevrouw A ook aangevoerd dat bank X onvoldoende nazorg heeft verleend. Dit zou blijken uit het feit dat bank X ook na het verstrekken van de hypotheek voor mevrouw A geen overlijdensrisicoverzekering heeft afgesloten. Het hof verwerpt dit standpunt. Het hof baseert haar beslissing op een gespreksverslag dat A en B met hun voormalige private banker hebben gehad in 2010. In dit gesprek is opnieuw de hypotheeksituatie van A en B besproken. Uit dit verslag blijkt tevens dat mevrouw A en meneer B hebben aangegeven dat zij geen behoefte hadden aan een overlijdensrisicoverzekering vanwege het aanwezige vermogen. Nu vast staat dat mevrouw A ook na het afsluiten van de hypotheek geen behoefte had aan een overlijdensrisicoverzekering deelt het hof het oordeel van de rechtbank dat van onvoldoende nazorg door bank X geen sprake was.

Vordering wordt ook in hoger beroep afgewezen

Het hof komt tot het oordeel dat alle door mevrouw A aangevoerde grieven in hoger beroep falen. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Alle vorderingen van mevrouw A worden dan ook afgewezen.

Lees hier de volledige uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Sylvia Rietbroek

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant