Rabobank schendt zorgplicht door consument niet te wijzen op nadelen van verlengen looptijd hypotheek

Deze casus gaat over de rol van de Rabobank in een geschil tussen (voormalige) aandeelhouders in een onderneming. Het betreft een casus met raakvlakken op het gebied van het ondernemingsrecht alsook met financiering en zekerheden waar de afdeling Bijzonder Beheer van de betrokken Rabobank onjuist handelde door haar eigen belang centraal te stellen en een onhoudbare juridische constructie te bedenken en toe te passen. De Rabobank verliest deze rechtszaak zowel bij de Rechtbank Zeeland – West – Brabant als ook in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Rabobank heeft geen cassatie bij de Hoge Raad aangetekend. De casus is als volgt.

Rabobank financiert zowel onderneming als diverse aandeelhouders

Rabobank financiert de expansieplannen van een succesvolle onderneming. Deze onderneming heeft aanvankelijk een (1) aandeelhouder en bestuurder. Er zijn twee (2) personen die ook willen deelnemen in het succesvolle bedrijf. Dit betreft twee (2) werknemers van de onderneming. Aandeelhouder A verkoopt minderheidsbelangen aan zijn twee (2) medewerkers, aandeelhouders B en C. Zij verwerven elk tegen een gelijke prijs (verhoudingsgewijs) een belang van respectievelijk 25% en 24% in de onderneming. Aandeelhouder A houdt 51%. Rabobank financiert aandeelhouders B en C door de koopsommen voor deze aandelenbelangen te financieren. Aandeelhouders B en C werken in een van de werkmaatschappijen in loondienst. Omdat zij ook bestuurder zijn, ontvangen zij daarnaast ook een managementvergoeding.

De crisis slaat toe

Na het intreden van de crisis in de algemene economie slaat ook de wind in de onderneming om. Winst slaat om in verlies. Aandeelhouders B en C komen in de problemen nu zij wegens het uitblijven van de benodigde dividenden op hun aandelen niet aan hun verplichtingen jegens Rabobank kunnen (blijven) voldoen. Aandeelhouder B neemt met verlies afscheid door zijn aandelen aan aandeelhouder A terug te verkopen. Ook neemt hij ontslag als werknemer. Aandeelhouder C neemt ontslag als bestuurder, maar verkoopt zijn aandelen niet en blijft ook werknemer. Via eerst het UWV wordt deze werknemer ontslagen. Het verlieslatende deel van de onderneming wordt vervolgens geliquideerd.

Bijzonder Beheer Rabobank verzint een cessie-constructie

Rabobank gaat niet akkoord. De bank vreest af te moeten schrijven op de door haar gefinancierde aandeelhouder C. Aandeelhouder A wordt door Rabobank het nodige verweten, geheel in lijn met de verwijten van aandeelhouder C aan het adres van aandeelhouder A. Rabobank voelt zich met aandeelhouder C door aandeelhouder A bedondert bij het verwerven van het aandelenbelang van 24%. Rabobank tuigt vervolgens met aandeelhouder C een constructie op waaruit een hoge vordering op aandeelhouder A zou moeten volgen. Rabobank laat zich door aandeelhouder C vorderingen op grond van “kennelijk onredelijk ontslag” en vereffenaarsaansprakelijkheid cederen. Aandeelhouder A zou aandeelhouder C als werknemer van een vennootschap binnen het concern ten onrechte hebben ontslagen. Nu deze vordering uit het betreffende deel van de onderneming na liquidatie niet kan worden voldaan, zou aandeelhouder A als vereffenaar van die vennootschap binnen het concern aansprakelijk zijn jegens aandeelhouder C nu hij bij de ontbinding en vereffening van de betreffende vennootschap geen rekening heeft gehouden met zijn vordering tot schadevergoeding uit hoofde van het ingeroepen kennelijk onredelijk ontslag.

Van belang voor deze casus is met name de vordering die Rabobank zich ook heeft laten cederen door aandeelhouder C. Dit betreft een vordering tot terugbetaling van de koopsom door aandeelhouder C aan aandeelhouder A voldaan op de aandelen na het inroepen van het wilsgebrek dwaling. Hier is een bedrag van € 120.000,- mee gemoeid, exact het bedrag dat Rabobank had gefinancierd maar dat aandeelhouder C niet aan Rabobank terug kan betalen. En omdat aandeelhouder A de zaak zou hebben bedonderd volgens aandeelhouder C, gaat Rabobank achter aandeelhouder A aan.

Rabobank bedenkt niet alleen de cessie-constructie. Rabobank bouwt ook zekerheden in waaronder pandrechten. Rabobank legt vervolgens de nodige conservatoire verhaalsbeslagen en start ook een procedure op. In geen van deze procedures is aandeelhouder C betrokken. Intussen verliest aandeelhouder C zowel bij de Kantonrechter als in hoger beroep (door Rabobank op eigen naam gevoerd) zijn arbeidszaak. Het ontslag is dus terecht verleend. De grondslag voor vereffenaarsaansprakelijkheid vervalt daarmee ook. Dan resteert de vordering tot terugbetaling van de koopsom op de aandelen na het inroepen van het wilsgebrek dwaling door aandeelhouder C. Grootaandeelhouder A voert verweer.

Rabobank is geen directbetrokkene op grond van artikel 3:302 BW (verklaring voor recht)

Grootaandeelhouder A stelt als eerste dat Rabobank in deze procedure, waar aandeelhouder B dus niet bij betrokken is, geen verklaring voor recht kan vorderen omdat Rabobank in deze “geen onmiddellijk betrokken persoon” ex art. 3:302 BW is. Alleen aandeelhouder C kan zo een vordering in rechte instellen. Dit verweer heeft de Rechtbank gehonoreerd door Rabobank niet ontvankelijk te verklaren. De vordering die strekt tot terugbetaling van koopsom voldaan op de aandelen op grond van o.a. dwaling strandt direct. Dit oordeel wordt in hoger beroep niet aangetast.

Het Hof 's -Hertogenbosch beoordeelt de casus in beroep vooral inhoudelijk. Het oordeel van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch is met name interessant op het punt van de ingeroepen wilsrechten (dwaling en misbruik van omstandigheden) in relatie tot de rechtsfiguren cessie en contractoverneming. Het Hof overweegt dat bij cessie de wilsrechten achterblijven bij de cedent en niet overgaan op de cessionaris, Rabobank in dit geval. De Rabobank kan zich na cessie dus niet op wilsrechten beroepen. Dat kan alleen aandeelhouder C die niet procedeert. Het Hof overweegt:

“Het hof is met de rechtbank van oordeel dat Rabobank op grond van de akte van cessie niet bevoegd is om de koopovereenkomst op grond van een wilsgebrek te vernietigen. De rechtbank heeft terecht en op juiste gronden, die het hof overneemt, geoordeeld dat wilsrechten geen goederen zijn in de zin van art. 3:83 BW, zodat deze niet als goed overdraagbaar zijn. De cessie doet, anders dan contractsoverneming, niet de gehele rechtsverhouding overgaan. Door de cessie wordt de gecedeerde vordering losgemaakt uit de rechtsverhouding tussen cedent en cessus en gaat zij over op de cessionaris. Cessie heeft echter niet tot gevolg dat de cessionaris geheel wordt gesteld in de plaats van de cedent. De bevoegdheid tot vernietiging van de koopovereenkomst op grond van een wilsgebrek is ook na (de akte van) cessie achtergebleven bij [aandeelhouder C]. Dit heeft, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, tot gevolg dat de bewuste vorderingen niet door middel van cessie aan Rabobank zijn overgedragen, zodat de bevoegdheid tot vernietiging van de bewuste koopovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden dan wel dwaling toekomt aan degene die stelt dat misbruik van hem is gemaakt, dan wel degene die stelt te hebben gedwaald. Dit brengt mee dat de rechtbank terecht het meest verstrekkende verweer van [aandeelhouder C] dat Rabobank niet-ontvankelijk is ter zake van voormelde vordering, nu Rabobank als cessionaris geen wilsrechten toekomende aan [aandeelhouder B] kan uitoefenen omdat deze wilsrechten zijn achtergebleven bij [aandeelhouder B] en niet op Rabobank zijn overgegaan, heeft gehonoreerd.”

Kortom, de constructie van Rabobank haalt het niet. Rabobank bijt in het stof. Klik hier voor de uitspraak van de Rechtbank Zeeland – West – Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2016:5474). Klik hier voor de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2018:2109).

Financieel Recht Advocaten

Als ondernemer kunt u te maken krijgen met een financier als een bank die zijn of haar macht kan misbruiken, of constructies bedenkt die juridisch niet houdbaar zijn, met het doel om haar eigen belang veilig te stellen ten opzichte van uw belang als ondernemer. Het is dan zaak om snel te schakelen met een deskundige advocaat financieel recht die goed kan beoordelen of de financier/bank het bij het juiste eind heeft of niet zodat de rechtspositie direct goed ingeschat kan worden. Neem hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten financieel recht.

Zie vergelijkbare uitspraken:

Mireille Aarts

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Mireille Aarts

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant