ABN AMRO moet opdracht cli��nt weigeren bij onvoldoende bestedingsruimte

In februari 2002 hebben meneer en mevrouw A een doorlopend krediet afgesloten bij IDM Financieringen B.V., een dochtervennootschap van InterBank N.V., met een limiet van € 31.193,-. Volgens de kredietovereenkomst is IDM Financieringen gerechtigd het kredietvergoedingspercentage aan te passen. IDM Financieringen heeft vervolgens de rente gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst een aantal keren gewijzigd. In december 2014 hebben meneer en mevrouw A een klacht ingediend bij het Klachtinstituut Financiële Dienstverlening over de verhoging van het rentetarief per mei 2014. De ombudsman van Kifid heeft vervolgens een voorstel gedaan aan meneer en mevrouw A om eerst zelf in contact te treden met IDM Financieringen. Het doorlopend krediet van meneer en mevrouw A is uiteindelijk op 10 november 2015 omgezet in een persoonlijke lening.

Rente die IDM Financieringen in rekening bracht is hoger dan marktrente

De klacht van meneer en mevrouw A luidt dat IDM Financieringen van juni 2011 tot november 2015 een te hoge rente op het verleende krediet in rekening heeft gebracht. De berekende rente zou de marktrente onvoldoende heeft gevolgd. Meneer en mevrouw A verlangen dat IDM Financieringen hun terugbetaalt wat zij te veel aan rente hebben betaald. De Geschillencommissie heeft uiteindelijk beslist dat IDM Financieringen de in rekening gebrachte rente over de periode van juni 2011 tot november 2015 opnieuw moet berekenen (klik hier voor de uitspraak van de Geschillencommissie). Daarbij moet de rente het driemaands Euribortarief volgen waarbij rekening moet worden gehouden met een opslag. Deze opslag is het verschil tussen het kredietvergoedingspercentage bij het afsluiten van het krediet en het driemaands Euribortarief van dat moment.

IDM Financieringen heeft tegen de beslissing van de Geschillencommissie beroep ingesteld. In het beroep dient de Commissie van Beroep de vraag te beantwoorden of IDM Financieringen de kredietvergoeding mocht wijzigen zoals zij heeft gedaan. De kredietovereenkomst gaf IDM Financieringen de bevoegdheid om de kredietvergoeding te wijzigen, maar de kernvraag is wat meneer en mevrouw A bij het aangaan van die overeenkomst redelijkerwijs mochten verwachten van de manier waarop IDM Financieringen gebruik zou maken van deze bevoegdheid. IDM Financieringen heeft geen informatie verstrekt aan meneer en mevrouw A over de samenstelling en opbouw van de kredietvergoeding. Daarnaast heeft IDM Financieringen meneer en mevrouw A nooit geïnformeerd over concrete omstandigheden waaronder zij van haar wijzigingsbevoegdheid gebruik zou (kunnen) maken.

Consumenten mogen verwachten dat kredietvergoeding ontwikkelingen in de markt volgt

Volgens eerdere uitspraken van de Commissie van Beroep mochten meneer en mevrouw A verwachten dat de kredietvergoeding de ontwikkelingen in de markt zou volgen. Dit heeft als gevolg dat IDM Financieringen beperkt is in het gebruik van haar wijzigingsbevoegdheid ten nadele van meneer en mevrouw A. Volgens de Commissie van Beroep staat het een kredietaanbieder vrij om bij het aangaan van een doorlopend krediet een hogere of lagere kredietvergoeding aan te bieden. De prijs wordt bij de aanvang van de kredietovereenkomst bepaald en daarmee wordt het verschil vastgelegd tussen de individuele kredietvergoeding en het gemiddelde van de rente op de kredietmarkt. IDM Financiering moet zorgen dat het verschil tussen de gemiddelde rente en de individuele kredietvergoeding niet ten nadele van de consument wijzigt. Hierbij is het volgens de Commissie van Beroep redelijk om de kredietvergoeding per kwartaal aan te passen. IDM Financieringen is bevoegd om in het voordeel van de consument van verhoging van de kredietvergoeding af te zien of deze verhoging te beperken.

De Commissie van Beroep oordeelt dat IDM Financieringen de daling van de gemiddelde rente op doorlopende kredieten niet heeft gevolgd. De kredietvergoeding is gelijk gebleven en uiteindelijk licht verhoogd. Daarom moet IDM Financieringen de kredietvergoeding opnieuw moeten berekenen. Het verschil tussen de kredietvergoeding en de gemiddelde rente op 28 juni 2011 moet worden gehandhaafd gedurende de periode tot 10 november 2015. IDM Financieringen moet het verschil terugbetalen aan meneer en mevrouw A.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Commissie van Beroep.

Financieel recht advocaten

Gaat uw bank ook tot verhoging van de opslag over, en bent u van mening dat dit op grond van de gemaakte afspraken niet is toegestaan, kom dan in actie. Wij hebben ruime ervaring met het procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders alsmede tussenpersonen en/of financieel adviseurs. Neem hier vrijblijvend contact met ons op via ons contactformulier.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Boy Stenden

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant