ABN Amro moet zich uitlaten over productvoorwaarden

Meneer X sluit eind oktober 2005 een consumptief krediet af bij ABN Amro. Hij leent een bedrag van €9.500. Wanneer hij twee maanden achter blijft met het betalen van zijn maandelijkse termijnen zegt ABN Amro de financieringsovereenkomst op. Vervolgens eist ABN Amro het volledige openstaande saldo. Wanneer meneer X niet betaald stelt ABN Amro een vordering in bij de kantonrechter. Met de vordering eist de bank een bedrag van €19.784. De bank stelt dat zij het volledige bedrag in één keer mag opeisen op grond van de algemene voorwaarden.

Kantonrechter toetst ambtshalve algemene voorwaarden

De kantonrechter heeft op 13 maart 2017 een tussenvonnis gewezen in deze zaak. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat hij ambtshalve moet toetsen of het beding waar de bank zich op beroept oneerlijk is. Voordat hij het beding toetst staat hij ABN Amro toe om een toelichting te geven op het beding. Nadat de bank zich heeft uitgelaten over het beding is de kantonrechter tot het oordeel gekomen dat het beding nietig is. De bank kan zich voor het opeisen van de openstaande schuld dus niet beroepen op het beding uit de algemene voorwaarden.

ABN Amro heeft door haar gemaakte fout hersteld

Tegen de uitspraak van de kantonrechter gaat ABN Amro in hoger beroep. In de eerste plaats stelt de bank dat zij haar vordering in eerste instantie heeft gebaseerd op een verkeerde bepaling. Dit heeft zij na het tussenvonnis gecorrigeerd. De bank beroept zich niet langer op de algemene voorwaarden maar op een bepaling uit de productvoorwaarden. De productvoorwaarden waar de bank zich op beroept, de Voorwaarden ABN Amro Flexibel Krediet, waren eveneens van toepassing op de overeenkomst. Het hof sluit zich aan bij het standpunt van de bank. In de wet staat dat een beding inhoudende dat het totale verschuldigde bedrag vervroegd opeisbaar is, nietig is behalve zes in de wet genoemde gevallen. Het beding uit de productvoorwaarden waar ABN Amro zich op beroept komt letterlijk overeen met de wet.

Hof gaat over tot ambtshalve toetsing van productvoorwaarden

Nu de eerste grief van ABN Amro slaagt betekend dit niet direct dat de kantonrechter de vordering ten onrechte heeft afgewezen. Het hof overweegt dat meneer X een natuurlijke persoon is die niet beroeps- of bedrijfsmatig handelt. Derhalve dient het hof ambtshalve te toetsen of andere bedingen in de productvoorwaarden onredelijk bezwarend zijn. In de productvoorwaarden is door ABN Amro een beding opgenomen waarmee zij eenzijdig de rente kan verhogen. Het hof overweegt dat uit het dossier niet blijkt dat over dit specifieke beding is onderhandelt tussen meneer X en ABN Amro. Wanneer niet over dit beding is onderhandelt zou dit betekenen dat het beding oneerlijk is op grond van Europese richtlijnen. Voordat het hof de beslissing neemt of het beding oneerlijk is stelt zij de bank in de mogelijkheid zich uit te laten over de oneerlijkheid van het beding.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Mireille Aarts

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant