ING be��indigd bankrelatie op verdenking betrokkenheid witwaspraktijken

Yin Yang exploiteert sinds 1994 een ontmoetingscentrum (ook wel seksclub of sauna), genaamd ‘Saunaclub Yin Yang’. Sinds 2008 heeft Yin Yang een bankrelatie met ING. Stichting CS Bedrijven, een van de ondernemingen van Yin Yang, is daarnaast met ING een overeenkomst aangegaan waarbij Stichting CS Bedrijven contanten mag storten in zogenaamde ‘sealbags’. Het bedrag dat door Stichting CS Bedrijven wordt gestort betaalt zij dan weer door aan verschillende rekeningen van Yin Yang.

De zorgplicht van ING op grond van de Algemene Bankvoorwaarden

Op de bankrelaties tussen ING en Yin Yang waaronder de overeenkomst betreffende het verpakt afstorten met Stichting CS Bedrijven, zijn de Algemene Bankvoorwaarden en de Voorwaarden Zakelijke Rekening van toepassing. Artikel 2 van deze Algemene Bankvoorwaarden betreft de contractuele zorgplicht. ING dient op grond van dat artikel zorgvuldig te handelen en zo goed mogelijk rekening te houden met de belangen van Yin Yang als kredietnemer. Daartegenover dient Yin Yang ook zorgvuldig te zijn tegenover ING en mag er door Yin Yang geen misbruik worden gemaakt van de diensten van ING, bijvoorbeeld door de rekening te gebruiken voor het plegen of facilliteren van strafbare feiten. Op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden zijn zowel Yin Yang als ING bevoegd om de relatie op te zeggen.  

Politie-inval zorgt voor vragen bij ING over onder meer contante geldstromen van Yin Yang

In november 2016 heeft de politie een inval gedaan bij Yin Yang waarbij onder andere kluisjes van bezoekers en geparkeerde auto’s worden doorzocht. Tijdens deze doorzoeking zijn er meerdere verboden middelen aangetroffen. Dezelfde dag nog is er strafrechtelijk beslag gelegd op de rekeningen van Yin Yang bij ING. Eind februari 2017 heeft ING onder verwijzing naar de Wet Financieel Toezicht (WFT) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verschillende vragen gesteld aan Yin Yang naar aanleiding van deze politie-inval. Een van de vragen betreft de herkomst van het totaalbedrag van € 4.724.460,- dat tussen 14 februari 2016 en 14 februari 2017 is afgestort in contanten bij ING.

ING beëindigd overeenkomst vanwege vermoedelijke betrokkenheid witwaspraktijken en/of vrouwenhandel

Uiteindelijk heeft ING op 10 maart de stortovereenkomst beëindigd omdat zij vermoedt dat Yin Yang betrokken is bij witwaspraktijken en/of vrouwenhandel. Contante stortingen zijn niet langer meer toegestaan, aldus ING. Enkele dagen later heeft de politie meegedeeld dat er geen aanwijzing is voor vrouwenhandel in de sauna van Yin Yang.

Op 14 april 2017 heeft ING de bankrelaties met Yin Yang opgezegd. Als reden voert ING onder andere aan dat de stortingen vaak grote hoeveelheden contante bedragen betreffen, dat deze stortingen bestaan uit grote hoeveelheden briefjes van € 200 en € 500 en dat ING onvoldoende kan garanderen dat haar rekeningen niet worden gebruikt voor witwaspraktijken. Daarnaast wil ING reputatie- en integriteitsrisico’s voorkomen. ING is van mening dat zij op grond van de Algemene Bankvoorwaarden bevoegd is de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen.

Yin Yang dient de kans te krijgen om aanpassingen door te voeren in de bedrijfsvoering

Yin Yang spant vervolgens een kort geding aan en vordert veroordeling van ING om de overeenkomst met Stichting CS Bedrijven en de bankrelaties met Yin Yang te continueren. Dit verzoek is in eerste aanleg door de voorzieningenrechter afgewezen. In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam in juli 2017 de gevorderde voorlopige voorzieningen alsnog (deels) toegewezen. De voorzieningenrechter stelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien Yin Yang op basis van de enkele verdenking van betrokkenheid bij het witwassen geen deel meer kan nemen aan het giraal verkeer. Het dreigende gevolg hiervan zal dan zijn dat Yin Yang haar onderneming zal moeten staken. Volgens de voorzieningenrechter dient Yin Yang de kans te krijgen om aanpassingen in de bedrijfsvoering door te voeren in afwachting van de definitieve beslissing en zo mogelijk een andere bank te zoeken. ING dient tot 1 januari 2018 ten minste één bankrekening ter beschikking te stellen aan Yin Yang zodat zij haar bedrijfsvoering kan blijven uitoefenen, zo oordeelt de voorzieningenrechter van het Gerecthshof Amsterdam in haar arrest d.d. 13 juli 2017.

ING zegt kredietrelatie per 1 januari 2018 opnieuw op

Omdat ING van mening is dat Yin Yang vanaf medio 2017 tot 1 januari 2018 onvoldoende heeft aangetoond dat zij actief de moeite heeft genomen om een andere bank te vinden en dat zij doeltreffend maatregelen heeft genomen om het risico van witwassen te verminderen, zegt zij de kredietrelatie per 1 januari 2018 opnieuw op. Er wordt door Yin Yang weer een kort geding gestart tegen ING, waarin wederom wordt gevorderd dat ING wordt veroordeeld om de kredietrelatie te continueren. In eerste aanleg wijst de voorzieningenrechter het verzoek van Yin Yang opnieuw af.

ING mag de kredietrelatie in tweede instantie alsnog definitief opzeggen van de voorzieningenrechter

De behandeling van het (tweede) hoger beroep vindt plaats in januari 2018. Yin Yang heeft naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter enkele maatregelen genomen. Zij neemt geen briefjes van € 200 en € 500 aan. Daarnaast heeft zij haar medewerkers een Wwft-cursus laten volgen, stimuleert zij met giraal geld te betalen en heeft zij een anti-witwasprotocol opgesteld. Yin Yang is niet bereid om girale betaling verplicht te stellen of de anonimiteit van haar bezoekers op te heffen. ING heeft bezorgdheid geuit over de nog steeds grote bedragen aan inkomende contanten in combinatie met de anonimiteit van bezoekers van Yin Yang. 

Het gerechtshof heeft in haar arrest d.d. 19 januari 2018 uiteengezet dat het gelet op de bezorgdheid van ING, op de weg van Yin Yang had gelegen om uiteen te zetten hoe zij hun huisregels en anti-witwasprotocol (met behoud van anonimiteit van bezoekers) op zodanige wijze zouden kunnen implementeren, dat zij de bezorgdheid van ING alsnog konden wegnemen. Dat heeft Yin Yang volgens het gerechtshof onvoldoende gedaan. Het gerechtshof oordeelt dat gelet op de verdenkingen van het witwassen, de zorg- en informatieplicht van Yin Yang, de Wft- en Wwft-verplichtingen en de beleidsvrijheid die ING heeft bij de uitvoering daarvan, het niet voldoende aannemelijk is geworden dat de rechter in de hoofdzaak zal oordelen dat ING haar bankrelatie met Yin Yang niet mocht opzeggen. Het is volgens het hof niet aannemelijk, althans niet voldoende, dat het beëindigen van de bankrelaties door ING naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Gerechtshof: gerechtvaardigde belang van ING moet prevaleren

Het beëindigen van de bankrelaties met Yin Yang zal waarschijnlijk grote gevolgen hebben voor Yin Yang. Het gerechtshof is echter toch van oordeel dat het gerechtvaardigde belang van ING moet prevaleren. Mede gelet op haar reputatie- en integriteitsrisico en het feit dat Yin Yang voldoende gelegenheid geboden is om aan de bezwaren van ING tegemoet te komen. Het gerechtshof veroordeelt ING de bankrelatie met Stichting SC Bedrijven voort te zetten tot en met 16 februari 2018. Daarna mag ING de kredietrelatie definitief beëindigen.

Klik hier voor het volledige arrest van het gerechtshof Amsterdam d.d. 13 juli 2017 en hier voor het arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 19 januari 2018.

Financieel Recht Advocaten

Mocht u te maken hebben met (dreigende) opzegging van de kredietrelatie door uw bank op grond van de Wft- en/of Wwft, neem dan contact met ons op. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken. Neem hier vrijblijvend contact met ons op.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Mireille Aarts

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant