ING mag persoonsgegevens opnemen in EVR vanwege betrokkenheid bij fraude

Mevrouw X en haar voormalig echtgenoot meneer Y hebben verschillende kredieten bij ING. In 2007 sluiten zij een hypotheek af voor de koop van een woning. Daarnaast krijgt mevrouw X een krediet van €100.000 voor haar eenmanszaak. Tot 2007 handelde zij in hout maar daarna werd zij actief als accountant. Halverwege 2007 wordt er een BV opgericht waarvan meneer Y de aandeelhouder is. Mevrouw X, meneer Y en hun zoon zijn bestuurder van deze vennootschap. De in hout handelende BV krijgt een krediet van de ING van bijna twee ton.
Deze BV is vanaf 2009 ook bestuurder van een tandartsenpraktijk. De enige aandeelhouder van deze praktijk is een Chinese vennootschap. Om een krediet te krijgen voor de praktijk vestigt meneer Y een pandrecht ten behoeve van de ING op alle activa van de tandartsenpraktijk en de BV. ING verstrekt een krediet van €100.000 aan de praktijk. In 2017 wijzigt het bestuur van de tandartsenpraktijk en wordt er conservatoir beslag gelegd door een derde op de activa van de praktijk.
Dit is voor ING aanleiding om het krediet in juni 2017 op te zeggen. In reactie hierop richt mevrouw X eind juni 2017 een nieuwe tandartsenpraktijk op waarvan zij enig aandeelhouder en bestuurder is. De verpande activa van de oude praktijk worden zonder toestemming van ING verkocht aan de nieuwe tandartsenpraktijk. Naar het oordeel van ING wordt er misbruik gemaakt van de kredietfaciliteit van de oude tandartsenpraktijk. In oktober 2017 laat ING aan mevrouw X weten dat zij de bankrelatie met haar beëindigen. Ook de kredietrelatie met meneer Y wordt door ING opgezegd. Hij heeft zich volgens ING schuldig gemaakt aan misbruik van de kredietfaciliteit van de BV.
Naast het opzeggen van de kredietrelaties neemt ING ook de persoonsgegevens van mevrouw X op in het EVR. Het EVR staat voor het Extern Verwijzingsregister. Hiermee kunnen financiële instellingen onderling persoonsgegevens delen. Ook doet de ING strafrechtelijk aangifte tegen mevrouw X, meneer Y en hun zoon vanwege onttrekking van pandrechten. Vanwege de vermeende fraude zegt de ING ook de hypotheek op. De executieverkoop van de woning staat gepland in februari 2019.

Mevrouw X vordert verwijdering van haar persoonsgegevens uit het EVR

Bij de voorzieningenrechter vordert mevrouw X dat ING haar gegevens verwijderd uit het EVR. In beginsel is de enkele verdenking van betrokkenheid bij een strafbaar feit onvoldoende om de persoonsgegevens van X op te nemen in het register. Er moet namelijk sprake zijn van gedragingen die een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren.
ING onderbouwd haar handelen als volgt. Ondanks meerdere verzoeken krijgt ING geen informatie over wie er feitelijk achter de Chinese vennootschap zit. Van deze vennootschap worden grote sommen geld ontvangen waarvan de herkomst onduidelijk is. Van zowel de tandartspraktijk als de BV heeft ING drie ton tegoed maar toch verkopen X en Y alle activa.
Hierdoor komt de financiële positie van ING in gevaar, aldus de rechter. Mevrouw X beweert dat zij door de scheiding niet op de hoogte is van de acties van meneer Y en haar zoon. Zij verklaart sinds de scheiding geen contact meer te hebben met meneer Y. Echter heeft X nog jarenlang als accountant de administratie verricht voor de bedrijven van Y en beschikte zij ook over de betaalpassen van zijn ondernemingen.
Uit deze feiten en omstandigheden blijkt volgens de rechter voldoende dat mevrouw X heeft meegewerkt aan een strafbaar feit. Daarnaast vormt de verkoop van de verpande activa voor ING een dermate groot gevaar dat opname van de persoonsgegevens van mevrouw X in het EVR gerechtvaardigd is.

Geen misbruik van recht bij executieverkoop woning

Mevrouw X stelt ook dat ING misbruik van recht maakt om de executieverkoop te bewerkstelligen. ING zou de executoriale verkoop doen op basis van een niet-onderbouwde fraudeverdenking. Tevens zou de verkoop voor zowel X als de ING een verlies opleveren. Mevrouw X voldoet immers steeds tijdig aan haar hypotheeklasten.
ING verweert zich door aan te geven dat zij geen vertrouwen meer heeft in X en Y en daarom de gehele relatie heeft opgezegd. ING had deze bevoegdheid op grond van de Algemene Bankvoorwaarden. Deze voorwaarden stellen dat bij een beëindiging van de relatie deze zo snel mogelijk moet worden afgewikkeld. Nu X en Y de hypothecaire lening niet hebben afbetaald of onderhands hebben verkocht, mag ING gebruik maken van de mogelijkheid om over te gaan tot executieverkoop.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat ING geen misbruik van haar recht heeft gemaakt. Zij is immers op meerdere gronden gerechtigd om de lening op te eisen.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de voorzieningen rechter van de Rechtbank Amsterdam.

Financieel Recht Advocaten

Heeft de bank ook de relatie met u of uw onderneming opgezegd? Of dreigt zij dat te doen? Of schendt uw bank op andere wijze haar zorgplicht? Neem hier contact op met een van onze gespecialiseerde advocaten. De advocaten van Financieel Recht Advocaten hebben jarenlange ervaring met procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Mireille Aarts

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant