Uitspraak: Kifid: bankrelatie blokkeren na cryptotransactie vereist motivering

“Een bank mag een betaalrekening niet zonder concrete toelichting langdurig blokkeren na een cryptotransactie. In een uitspraak van het Kifid op 22 april 2026 oordeelde de Geschillencommissie dat Revolut onvoldoende had uitgelegd waarom sprake was van uitzonderlijke omstandigheden. De klacht over de blokkade was gegrond, maar schadevergoeding werd afgewezen omdat de consument zijn schade onvoldoende had onderbouwd.”

Inleiding

De Geschillencommissie van het Kifid (Klachteninstituut financiële dienstverlening) heeft op 22 april 2026 uitspraak gedaan over een blokkade van een betaalrekening na een cryptotransactie. De zaak ging over een consument tegenover Revolut Bank UAB. De bank had de rekening van de consument geblokkeerd nadat haar geautomatiseerde beveiligingssysteem een cryptotransactie had gesignaleerd. Volgens Kifid mocht de bank onderzoeken verrichten, maar had zij onvoldoende concreet gemaakt waarom daarvoor een maandenlange blokkade van de betaalrekening nodig was.


Blokkade betaalrekening na cryptotransactie: wat speelde er?

De consument had een betaalrekening bij Revolut Bank UAB. Op 24 juni 2025 stelde de bank enkele gestandaardiseerde vragen over een cryptotransactie op de rekening. Enkele dagen later, op 27 juni 2025, blokkeerde de bank de betaalrekening. Door die blokkade kon de consument geen geld opnemen of overboeken. Inkomende transacties bleven wel mogelijk.

De bank informeerde de consument dat zijn account tijdelijk was beperkt terwijl zij een recente cryptotransactie controleerde. Daarmee stond vast dat de cryptotransactie de aanleiding vormde voor de blokkade. Op 1 september 2025 kondigde de bank vervolgens aan dat zij de betaalrekening per 31 oktober 2025 zou beëindigen. Vanaf 1 september 2025 kon de consument het resterende saldo overboeken. Daarmee duurde de feitelijke blokkade ruim twee maanden.

De consument vond de blokkade onterecht en vorderde schadevergoeding. Hij stelde onder meer dat hij op 27 juni 2025 op reis was en geld nodig had om naar het vliegveld te gaan. Ook voerde hij aan dat hij door de blokkade problemen kreeg met het betalen van zijn huur.


De contractuele norm: uitzonderlijke omstandigheden

De beoordeling van Kifid begon bij de algemene voorwaarden van Revolut. In artikel 23 van de Persoonlijke voorwaarden van Revolut Bank UAB Netherlands Branch stond dat de bank de rekening in uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk mocht sluiten of opschorten. Als voorbeelden werden onder meer genoemd: gegronde vermoedens van fraude of crimineel handelen, het niet verstrekken van noodzakelijke informatie, ernstige of aanhoudende schending van voorwaarden, reputatierisico, faillissement of een wettelijke verplichting.

De commissie merkte op dat dit beding de oneerlijkheidstoets van de Richtlijn oneerlijke bedingen doorstaat. Daarmee was het beding als zodanig niet het probleem. De juridische vraag was vooral of de bank in dit concrete geval voldoende had onderbouwd dat sprake was van zulke uitzonderlijke omstandigheden.

Dat onderscheid is belangrijk. Een bank kan in haar voorwaarden een bevoegdheid opnemen om een rekening te blokkeren. Maar die bevoegdheid moet in een concreet geval wel worden gedragen door feiten en omstandigheden. Een algemene verwijzing naar risico’s, compliance of intern beleid is daarvoor niet altijd genoeg.


Waarom de toelichting van de bank onvoldoende was

Kifid begreep dat een bank een cryptotransactie wil onderzoeken. Cryptotransacties kunnen voor banken aanleiding zijn tot nader onderzoek, bijvoorbeeld vanuit transactiemonitoring, fraudepreventie of WWFT-verplichtingen. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme, kortweg WWFT, verplicht financiële instellingen om cliëntenonderzoek te doen en ongebruikelijke transacties te beoordelen waar dat aan de orde is.

Maar uit die poortwachtersfunctie volgt volgens Kifid niet automatisch dat een bank de volledige betaalrekening gedurende maanden mag blokkeren. De bank moest duidelijk maken waarom juist deze cryptotransactie een uitzonderlijke omstandigheid vormde en waarom een langdurige blokkade noodzakelijk was.

De bank verwees naar haar poortwachtersfunctie onder de WWFT en stelde later dat zij transactieactiviteit had geïdentificeerd met niet-EU-landen en tegenpartijen die buiten haar interne risk appetite vielen. Dat vond de commissie te algemeen. De toelichting maakte niet duidelijk waarom de blokkade in dit concrete geval nodig was, laat staan waarom die blokkade ruim twee maanden moest duren. Daarmee raakt de uitspraak aan een terugkerend thema in geschillen over WWFT-cliëntenonderzoek door de bank: banken hebben ruime verplichtingen en verantwoordelijkheden, maar moeten hun maatregelen wel kunnen uitleggen aan de hand van concrete feiten.

Lees de volledige uitspraak hier.


Gegronde klacht, maar geen schadevergoeding

De commissie kwam tot het oordeel dat Revolut onvoldoende duidelijk had gemaakt welke uitzonderlijke omstandigheden haar het recht gaven om de betaalrekening te blokkeren. In zoverre was de klacht van de consument gegrond.

Toch kreeg de consument geen schadevergoeding. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar juridisch is dat goed te verklaren. Voor schadevergoeding is niet genoeg dat een maatregel onterecht of onrechtmatig is. Er moet ook voldoende aannemelijk zijn dat daardoor schade is geleden, wat de omvang van die schade is en dat er een causaal verband bestaat tussen de blokkade en die schade.

De consument had geen concreet schadebedrag genoemd. Ook had hij zijn stellingen volgens Kifid onvoldoende onderbouwd, hoewel hem was gevraagd zo concreet mogelijk aan te geven welke schade hij had geleden. Hij had berichten over gemiste huurbetalingen overgelegd, maar één van die berichten dateerde van 13 juni 2025, dus van vóór de blokkade. Daardoor kon niet worden vastgesteld dat de huurachterstanden alleen door de blokkade waren ontstaan. Evenmin bleek uit de stukken dat de huurachterstanden tot extra kosten of andere vermogensschade hadden geleid.

De uitkomst is daardoor genuanceerd: de blokkade was onvoldoende gerechtvaardigd, maar de vordering werd toch afgewezen. De klacht was dus inhoudelijk deels succesvol, zonder financieel resultaat.


Betekenis voor bankblokkades en Wwft-controles

De uitspraak is vooral relevant omdat Kifid de bank niet volgt in een algemene verwijzing naar poortwachtersverplichtingen. Banken mogen en moeten transacties monitoren. Bij cryptotransacties kan een bank vragen stellen, informatie opvragen of nader onderzoek doen. Maar wanneer een bank een betaalrekening blokkeert, raakt dat direct aan de toegang van de klant tot zijn geld en betalingsverkeer.

Bij zo’n ingrijpende maatregel is de proportionaliteit van belang. Proportionaliteit betekent dat de maatregel in verhouding moet staan tot het risico en het doel van het onderzoek. Een tijdelijke beperking kan in bepaalde gevallen gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld bij concrete fraude-indicatoren of wettelijke verplichtingen. Maar naarmate een blokkade langer duurt, wordt de behoefte aan een concrete en controleerbare onderbouwing sterker.

Voor de praktijk van beëindiging van een bankrelatie is dit eveneens relevant. In deze zaak kondigde Revolut later aan de rekening te beëindigen. Kifid beoordeelde hier vooral de blokkade, niet een volledige schadevordering over de beëindiging als afzonderlijk juridisch thema. Toch laat de zaak zien dat blokkade en opzegging vaak dicht bij elkaar liggen. Een bank begint met vragen, beperkt vervolgens de rekening en besluit soms later tot beëindiging. In elk stadium spelen andere juridische normen en belangen.


Het verschil tussen onderzoek en blokkade

Een belangrijk juridisch punt in deze uitspraak is het onderscheid tussen het recht om onderzoek te doen en het recht om de rekening te blokkeren. Kifid accepteerde dat de bank een cryptotransactie wilde onderzoeken. Dat was op zichzelf begrijpelijk. De commissie wees echter af dat daarmee automatisch ook de langdurige blokkade was gerechtvaardigd.

Dat onderscheid is van praktische betekenis. Een bank kan vragen stellen over herkomst van geld, doel van transacties, betrokken tegenpartijen of het gebruik van crypto-exchanges. Een klant kan daarover stukken aanleveren. Maar een blokkade van de volledige betaalrekening beperkt de klant in het gewone betalingsverkeer. Daardoor moet de bank kunnen uitleggen waarom minder ingrijpende maatregelen niet volstonden, of waarom onmiddellijk optreden noodzakelijk was.

In de voorwaarden van Revolut stond dat onmiddellijke opschorting mogelijk was in uitzonderlijke omstandigheden. Kifid legde de nadruk op die woorden. Niet iedere compliance-vraag is een uitzonderlijke omstandigheid. Niet iedere cryptotransactie is een aanwijzing voor fraude of crimineel handelen. En niet iedere interne risk appetite van een bank verklaart waarom een klant gedurende maanden niet over zijn geld kan beschikken.


Waarom schade onderbouwen doorslaggevend blijft

De afwijzing van de schadevergoeding laat zien dat een gegronde klacht niet hetzelfde is als een toegewezen vordering. In financiële geschillen moet schade voldoende concreet worden gemaakt. Dat betekent dat duidelijk moet zijn welke schadeposten worden gevorderd, wanneer die zijn ontstaan en hoe zij samenhangen met het handelen van de bank.

De consument stelde dat hij op reis was en geld nodig had voor vervoer naar het vliegveld. Ook wees hij op huurproblemen. Kifid vond dat onvoldoende. Vooral bij huurachterstanden keek de commissie kritisch naar de tijdlijn. Als een betalingsachterstand al vóór de blokkade bestond, kan die niet zonder meer aan de blokkade worden toegeschreven. Bovendien moet blijken dat de achterstand heeft geleid tot vermogensschade, zoals extra kosten, rente, boetes of andere financieel aantoonbare gevolgen.


Praktische betekenis voor consumenten en ondernemers

Hoewel deze zaak een consument betrof, is de uitspraak ook relevant voor ondernemers, bestuurders en beleggers die te maken krijgen met een blokkade van een betaalrekening na crypto- of internationale transacties. Banken letten steeds scherper op transacties die zij als verhoogd risico zien. Dat kan gaan om cryptoplatforms, buitenlandse tegenpartijen, niet-EU-landen of transacties die niet passen bij het bekende klantprofiel.

De kern van deze Kifid-uitspraak is niet dat banken cryptotransacties niet mogen onderzoeken. De kern is dat de maatregel die daarop volgt, vooral een volledige en langdurige blokkade, concreet moet worden gedragen door de feiten. Een bank die zich beroept op uitzonderlijke omstandigheden moet meer doen dan verwijzen naar algemene WWFT-verplichtingen of intern risicobeleid.

Voor klanten zit de praktische betekenis vooral in het belang van concrete feiten. In geschillen over blokkades, EVR/IVR-registraties, bankopzeggingen of cliëntenonderzoek zijn tijdlijn, correspondentie, transactiedetails, schadeposten en bankvoorwaarden vaak bepalend. Tegelijk laat deze uitspraak zien dat niet elke onterechte bankmaatregel automatisch leidt tot schadevergoeding.


Afsluiting

Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij in bank- en financiële geschillen, waaronder cliëntenonderzoek, WWFT-kwesties, beëindiging van bankrelaties, EVR/IVR-registraties, hypotheek- en financieringskwesties en procedures tegen financiële dienstverleners. Bij een blokkade van een betaalrekening na een cryptotransactie of andere integriteitscontrole kan een juridische beoordeling zinvol zijn, vooral wanneer de bank haar maatregel slechts algemeen motiveert. Vrijblijvend contact opnemen kan wanneer er een concreet geschil of serieuze bankmaatregel speelt.


Disclaimer: Deze blog bevat algemene informatie en is geen individueel juridisch advies; de beoordeling van een bankgeschil hangt af van feiten, stukken, voorwaarden en omstandigheden.


Praktische FAQ’s

Mag een bank een betaalrekening blokkeren na een cryptotransactie?

Ja, dat kan onder omstandigheden, maar de bank moet wel kunnen uitleggen waarom de blokkade nodig is. In deze Kifid-zaak was een algemene verwijzing naar een cryptotransactie, WWFT en interne risk appetite onvoldoende voor een blokkade van ruim twee maanden.

Betekent een gegronde klacht bij Kifid automatisch schadevergoeding?

Nee. Een klacht kan gegrond zijn zonder dat schadevergoeding wordt toegewezen. De consument moet voldoende concreet maken welke schade is geleden, hoe hoog die schade is en dat die schade door de bankmaatregel is veroorzaakt.

Waarom vond Kifid de blokkade door Revolut onterecht?

Kifid vond dat Revolut onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in de voorwaarden. De bank legde niet concreet uit waarom de cryptotransactie een langdurige blokkade van de betaalrekening noodzakelijk maakte.

Speelde de WWFT een doorslaggevende rol in deze uitspraak?

De bank verwees naar haar poortwachtersfunctie onder de WWFT. Kifid erkende dat onderzoek naar een cryptotransactie begrijpelijk kan zijn, maar vond dat de WWFT-verwijzing op zichzelf niet verklaarde waarom de betaalrekening maandenlang moest worden geblokkeerd.

Waarom werd de schadevordering afgewezen?

De consument noemde geen concreet schadebedrag en onderbouwde zijn schade onvoldoende. Een deel van de huurproblemen leek bovendien al vóór de blokkade te bestaan. Daardoor stond onvoldoende vast dat de blokkade tot aantoonbare vermogensschade had geleid.


Neslihan Karacaoglan

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant