Een hypotheek opzegging wegens de Wwft mag alleen als de bank voldoende rekening houdt met de (zwaar)wegende belangen van haar klant. Ook wanneer artikel 5 lid 3 Wwft een bank verplicht een klantrelatie te beëindigen, kan de opzegging van een hypotheek in strijd zijn met de zorgplicht van de bank.


Inleiding

Op 5 november 2025 wees de Rechtbank Midden-Nederland een belangrijk vonnis over de grenzen van een hypotheek opzegging op grond van de Wwft. ASN Bank had de hypotheek van een klant beëindigd, omdat deze volgens de bank onvoldoende meewerkte aan een cliëntenonderzoek in de zin van artikel 3 Wwft. De bank beriep zich daarbij op artikel 5 lid 3 Wwft: de verplichting om de relatie te beëindigen bij onvoldoende medewerking aan het cliëntenonderzoek.


Toch oordeelde de rechter dat de hypotheekopzegging niet rechtsgeldig was. Niet omdat de Wwft-verplichting ontbrak, maar omdat de manier waarop de bank de opzegging uitvoerde in strijd was met de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid en de op de bank rustende zorgplicht.


In maart 2024 speelde bij dezelfde rechtbank, waarbij Financieel Recht Advocaten de klant vertegenwoordigde, een zaak waarin dezelfde kernvraag aan de orde was: in hoeverre rechtvaardigt artikel 5 lid 3 Wwft het opzeggen van een hypothecaire geldlening? De lijn die in beide procedures zichtbaar wordt, is dat een beroep op de Wwft niet betekent dat de bank zonder nadere belangenafweging mag overgaan tot beëindiging van een hypotheek.


Wat is er beslist?

In de uitspraak van 5 november 20251 oordeelde de voorzieningenrechter dat de hypotheekopzegging door ASN Bank niet rechtsgeldig was, ondanks dat er mogelijk onvoldoende medewerking aan het Wwft-onderzoek was. Kernpunten in deze zaak waren de volgende.


Artikel 5 lid 3 Wwft verplicht een bank om een zakelijke relatie te beëindigen, wanneer de bank het cliëntenonderzoek niet kan uitvoeren overeenkomstig artikel 3 Wwft. Dit kan het geval zijn wanneer de klant geen medewerking verleent aan het cliëntenonderzoek. Een hypothecaire relatie tussen bank en klant valt onder die “zakelijke relatie”.


Desondanks schrijft de Wwft niet voor hoe een bank moet opzeggen. Ook niet binnen welke termijn dat moet gebeuren. Die invulling volgt uit de zorgplicht (artikel 2 lid 1 ABV2) en de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.


De voorzieningenrechter vond dat ASN Bank deze zorgplicht ernstig had geschonden door:


  • Geen waarschuwing vooraf te geven dat naast de bankrekening, ook de hypotheek op de tocht stond;
  • Een extreem korte betaaltermijn van 7 dagen te hanteren;
  • Tegelijk een negatieve BKR-registratie (code 2) te plaatsen, die oversluiting vrijwel onmogelijk maakte;
  • De bankrekeningen te blokkeren waardoor de klant niet bij eigen geld kon;
  • Op te zeggen terwijl het Wwft-onderzoek geen betrekking had op de hypotheekbetalingen zelf.

De rechter benadrukte dat de klant een zwaarwegend belang had om in zijn woning te blijven wonen en de hypotheek te kunnen oversluiten. Het woningtekort en het belang van continuïteit van huisvesting speelden mee.


Daarom werd geoordeeld dat opzegging in dit geval in strijd met de zorgplicht van banken is. Hierdoor bleef de hypotheeklening bij ASN bank bestaan, moest de BKR-registratie worden verwijderd en mocht de bank de woning niet onderhands verkopen of veilen.


Lees de volledige uitspraak hier


Hypotheekopzegging en artikel 5 lid 3 Wwft

Artikel 5 lid 3 Wwft wordt door banken geregeld opgevat als een “automatische beëindigingsplicht”. Zonder nuance kan dat niet als geheel juist worden opgevat. De verplichting om te beëindigen staat inderdaad vast, maar:


  • Het artikel geeft geen regels over de termijn;
  • Evenmin over de wijze van beëindiging;
  • En ook niet over de afweging van belangen bij beëindiging van verschillende producten.

Over de vraag hoe de bank moet beëindigen wordt er gekeken naar de zorgplicht van banken (artikel 2 ABV), de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW), de proportionaliteit van de maatregelen en de vraag of de bank de klant in staat heeft gesteld om schade te beperken.


De voorzieningenrechter maakte in zijn uitspraak van 5 november 2025 helder dat een hypotheek meer bescherming vraagt dan bijvoorbeeld een betaalrekening. Juist vanwege de impact op huisvesting. Een bank mag dus niet:


  • Zonder waarschuwing beëindigen;
  • Een te korte termijn stellen;
  • Tegelijk een BKR-melding inzetten die oversluiting blokkeert;
  • Blokkades op betaalrekeningen inzetten die feitelijke beëindigen versnellen;
  • Opzeggen wanneer er geen verdenking bestaat rondom de herkomst van de hypotheekbetalingen.

Belangrijk is dat de Wwft niet is bedoeld om consumenten zonder proportionaliteit uit hun woning te krijgen. De verplichting van artikel 5 lid 3 Wwft blijft overeind, maar het hoe moet redelijk zijn.


Vergelijkbare zaak

In het kort geding van 1 maart 20243, waarin Financieel Recht Advocaten een cliënt bijstond tegenover ING Bank, speelde een vergelijkbare kernvraag. Ook daar beëindigde de bank de volledige relatie – inclusief de hypotheek – met een beroep op artikel 5 lid 3 Wwft omdat het cliëntenonderzoek niet naar tevredenheid kon worden afgerond. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat dit wettelijk kader niet zonder meer rechtvaardigt dat een lopende hypotheek direct wordt beëindigd, zeker wanneer de reguliere hypotheekbetalingen niet ter discussie staan. Net als in de uitspraak van 2025 werd benadrukt dat een bank moet onderscheiden tussen risico’s die samenhangen met zakelijke activiteiten en de vraag of de privé-hypotheek op proportionele wijze kan worden voortgezet. Beide uitspraken laten zien dat een beroep op de Wwft de zorgplicht en de belangenafweging bij hypotheken niet opzijzet.


Lees de volledige uitspraak hier


Wat betekent dit voor u?

Voor ondernemers en particulieren met een lopende hypotheek is deze uitspraak van groot belang. Als uw bank uw hypotheek opzegt vanwege een Wwft-onderzoek:


  1. Moet de bankrekening houden met uw belangen
  2. Een bank mag niet blind verwijzen naar artikel 5 lid 3 Wwft. Zij moet u tijd geven, waarschuwen en proportioneel handelen.
  3. Hoeft uw hypotheek niet automatisch te eindigen
  4. Zelfs wanneer onvoldoende medewerking aan een cliëntenonderzoek wordt aangenomen, kan de rechter ingrijpen.

Afsluiting

Heeft u vragen over de verplichtingen uit de Wwft, het cliëntenonderzoek (KYC-onderzoek), Customer Due Diligence (CDD) of de registratie van uw persoonsgegevens in interne of externe verwijzingsregisters (EVR/IVR)? Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze advocaten.


Disclaimer: dit artikel bevat algemene juridische informatie en is geen individueel advies. De toepasbaarheid hangt af van uw specifieke situatie.


Bronnen

  1. Rb. Midden-Nederland 5 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5725.
  2. Nederlandse Vereniging van Banken, Algemene bank voorwaarden 2017, 2017.
  3. Rb. Midden-Nederland 1 maart 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1172.

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant