Welkom bij Financieel Recht Advocaten!

Wij gebruiken cookies om het gebruik van deze website te analyseren, het gebruiksgemak te verbeteren en advertenties binnen uw profiel te plaatsen. Door verder gebruik te maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Meer weten? Meer informatie over cookies.
Menu

Borg stelde maar één borg, ook al ondertekende hij twee borgtochten


Meneer X is bestuurder van vennootschap A. In 2010 komt hij met coöperatie Y een financiering overeen voor een bedrag van €475.000 ten behoeve van vennootschap A. Hiervoor eist coöperatie Y dat meneer X voor een bedrag van €50.000 borg staat voor de financiering. X gaat hiermee akkoord en hij ondertekend een borgtochtformulier. Een jaar later heeft vennootschap A meer financiering nodig. Coöperatie Y verschaft hiervoor een financiering van €2,5 miljoen. Dit bedrag wordt mede gebruikt om de eerste financiering van €475.000 af te lossen. Ook voor deze financiering tekent meneer X een borgtochtformulier voor een bedrag van €50.000. Dit was exact hetzelfde formulier als hij een jaar eerder tekende, enkel de datum was anders. In 2013 wordt vennootschap A failliet verklaard. Coöperatie Y spreekt meneer X aan voor een bedrag van €100.000.

Meneer X stelt dat de tweede borgtocht de eerste borgtocht vervangt

Coöperatie Y is van mening dat X twee borgtochten van elk €50.000 heeft getekend en dat hij daarom €100.000 moet betalen. X is het hier niet mee eens en stelt dat hij slechts één borgtocht van €50.000 heeft getekend. Meneer X beargumenteerd dat de tweede borgtocht die hij tekende, in 2011, een verlenging was van de eerste borgtocht die hij tekende in 2010.

Rechter kijkt naar wat partijen van elkaar mochten verwachten

De rechter komt tot het oordeel dat slechts sprake is van één borgtocht. Om tot dit oordeel te komen past hij de zogenaamde Haviltex-maatstaf toe. Deze maatstaf houdt in dat de rechter kijkt naar hetgeen partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Door toepassing van deze maatstaf wordt er dus minder gewicht toegebracht aan wat er op papier staat. Vooral de bedoeling van de partijen is voor de rechter van belang.
De rechter constateert dat de twee borgtochtformulieren exact hetzelfde waren. In de financieringsovereenkomst tussen coöperatie Y en vennootschap A staat dat de bestaande zekerheden in stand blijven en mede strekken tot zekerheid van de nieuwe financiering. Er staat nergens dat de tweede borg een aanvulling is op de eerste borg. Ook in de gesprekken tussen de coöperatie en meneer X is de tweede borgstelling niet ter sprake gekomen. Daarnaast stelt de rechter dat coöperatie Y een financiële instelling is. Hoewel meneer X als professionele partij kan worden aangemerkt en er dus geen bijzondere zorgplicht is, had Y toch expliciet had moeten vermelden dat de tweede borg een aanvulling was op de al bestaande borg. Hiermee werd de totale borg €100.000. Gelet op deze omstandigheden stelt de rechter dat meneer X in 2011 niet hoefde te verwachten dat er sprake was van een tweede borgstelling.
De rechter concludeert dat meneer X maar één borgstelling van €50.000 is aangegaan. Coöperatie Y kan dus slechts een bedrag van €50.000 vragen van meneer X.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de rechtbank Rotterdam

Financieel Recht Advocaten

Heeft u zichzelf ook als borg gesteld voor de terugbetaling van een krediet aan uw bank en heeft u als gevolg hiervan schade geleden? Neem hier vrijblijvend contact met ons op. Wij hebben ruime ervaring met het procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders alsmede tussenpersonen en/of financieel adviseurs.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:


Terug


Laatste tweets