Borgstelling om faillissement te voorkomen valt niet onder normale uitoefening van bedrijf

Verweerster (Y) heeft een bedrijf dat zich bezig houdt met uitzending en uitlening van personeel. B is een bedrijf dat zich bezig houdt met asbestsanering en sloopwerkzaamheden. C is bestuurder en enig aandeelhouder van B. Eiser (X) houdt 10,1% van de aandelen in C. De echtgenote (Z) houdt de overige aandelen als enig bestuurder van C. Y en B hebben een handelsrelatie voor het inlenen van personeel. Y stelt werknemers ter beschikking. Y heeft een aantal facturen verstuurd die onbetaald blijven. Het gaat om een bedrag van ruim 33.000 euro.

Y en X hebben in juni 2015 meermaals gecommuniceerd per e-mail. Daarin is vermeld dat één van de betrokkene akkoord is gegaan met betaling over twee weken. Daarin is de voorwaarde gesteld dat X met zijn holding en in privé garant staat voor het onbetaald gebleven bedrag. X heeft aangegeven een conceptovereenkomst te willen ontvangen zodat de adviseur tot afwikkeling over kan gaan.

Eind juni 2015 heeft Y een borgstelling verstuurd die hij diezelfde dag getekend terug wil ontvangen. Indien X hier niet aan voldoet, zal het faillissement van B worden aangevraagd. Diezelfde dag heeft X een e-mail gestuurd waarin staat dat X zich persoonlijk borg stelt voor de vordering van Y. In augustus 2015 is B failliet verklaard. Z doet eind augustus een beroep op de vernietigingsgrond van art. 1:89 lid 1 BW jo. art. 1:88 lid 1, aanhef en onder c BW.

Vordering

Y vordert een bedrag van ruim 34.000 euro van X. Hierbij wordt een beroep gedaan op de borgstelling. X stelt echter dat de borgstelling door Z is vernietigd. Z zou nooit toestemming hebben gegeven om de borgtocht aan te gaan.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank heeft de vordering van Y toegewezen. Z had inderdaad toestemming moeten geven, maar vernietiging zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. De rechtbank vindt het niet aannemelijk dat Z niets wist van de borgstelling van haar echtgenoot.

Beoordeling hof

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. X was bij het aangaan van de borgstelling feitelijk bestuurder van C. X had daarom financieel belang bij de resultaten van B. De borgstelling verschafte zekerheid omtrent de verplichtingen voor het inlenen van personeel. Dit kan worden geschaard onder normale bedrijfshandelingen. Hierdoor is het toestemmingsvereiste niet van toepassing.

X is het niet eens met de uitspraak en gaat in cassatie. X is van mening dat het aangaan van verplichtingen voor het inlenen van personeel geen rechtshandeling is die behoort tot de normale bedrijfsuitoefening. Bijkomend kan niet worden gesproken van een handeling die tot de normale bedrijfsuitoefening behoort, nu de verplichtingen strekken tot het voorkomen van een faillissementsaanvraag en het creëren van aansprakelijkheid die eerst niet bestond. Dit levert X geen (financieel) voordeel op.

Beoordeling Hoge Raad

Volgens de Hoge Raad is het hof ten onrechte niet ingegaan op de vraag of de borgstelling kan worden gezien als een rechtshandeling die behoort tot de normale bedrijfsuitoefening van B. Ook is het hof niet ingegaan op het ontbreken van de tegenprestatie van Y. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een verdere behandeling.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u een vraag over borgtocht of hoofdelijkheid? Neem gerust contact met ons op. Wij staan u graag te woord.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant