Lakeman dagvaardt Rabobank en eist vergoeding wegens verkoop renteswap aan corporatie

Een man begint in 2009 samen met zijn stiefzoon een 'boerenbondwinkel'. De boerenbondwinkel wordt ondergebracht in een B.V., waarvan de man en zijn stiefzoon ieder 50% van de aandelen houden (hierna: “de B.V.”). De stiefzoon werd bestuurder van de B.V. Op 13 maart 2009 heeft de Rabobank een financieringsvoorstel gedaan aan de B.V. voor een bedrijfskrediet van € 120.000, een rekening-courant met een kredietmogelijkheid van maximaal € 65.000,= alsmede een bankgarantie aan een derde van € 4.750,=. Als zekerheid heeft de bank een persoonlijke borgtocht bedongen van € 100.000,=, te stellen door de man en zijn stiefzoon voor alle huidige en toekomstige verplichtingen van de B.V. jegens de bank. Eveneens heeft de bank een hypotheekrecht voor € 100.000,= op het woonhuis van de man en zijn echtgenote en een pandrecht op alle huidige en toekomstige voorraad bedongen. De financieringsovereenkomst wordt door de man en zijn stiefzoon op 13 maart 2009 ondertekend, evenals de borgtochtovereenkomst (hierna: “Borgtocht 1”). In de borgtochtovereenkomst is onder het kopje 'toestemming van de gehuwde partner' weliswaar de naam van de echtgenote van de man opgenomen, maar is met pen ingevuld dat dit niet van toepassing is.

Uitbreiding krediet ten behoeve van de B.V. in ruil voor aanvullende borgtocht

In januari 2010 heeft de B.V. de Rabobank verzocht om een tijdelijke verhoging met € 6.500,00 gedurende drie maanden van het kredietmaximum op de rekening-courant. De Rabobank heeft hiermee ingestemd, onder meer onder de voorwaarde dat de door de man en zijn stiefzoon afgegeven borgtocht zou worden verhoogd met € 85.000,00. Op 29 januari 2010 zijn de man en zijn stiefzoon hiermee akkoord gegaan en hebben zij een nieuwe borgtochtovereenkomst ondertekend (hierna: “Borgtocht 2”). Borgtocht 2 is ook door de echtgenote van de man ondertekend.

Man gaat borgtocht aan ten gunste van ander bedrijf

De man runt ook met zijn broer een ander bedrijf. Op een gegeven ogenblik wenst de man zijn broer uit te kopen, waarvoor hij nadere financiering nodig heeft van de Rabobank. De Rabobank verstrekt hiervoor in 2011 financiering van € 225.000,= aan de man, waarvoor hij nieuwe zekerheden dient te stellen. De man dient onder meer een tweetal nieuwe borgtochten af te geven: (1) voor € 85.000,00 voor de bestaande en toekomstige verplichtingen van de B.V. met zijn stiefzoon alsmede (2) voor € 50.000,00 voor de bestaande en toekomstige verplichtingen van kort gezegd het bedrijf dat hij voorheen samen met zijn broer runden (die werd uitgekocht). Laatstgenoemde borgtocht van € 50.000,= (hierna: “Borgtocht 3”) werd niet door de echtgenote van de man ondertekend.

Rabobank zegt financiering op, faillissementen volgen snel

Bij brief van 3 mei 2012 heeft de Rabobank de financiering van de B.V. opgezegd. Op dat moment stond een bedrag open van € 136.298,62 dat door de bank werd opgeëist. Daarna heeft de B.V. haar bedrijfsactiviteiten beëindigd. De B.V. is uiteindelijk op 26 februari 2013 failliet verklaard. Op 6 januari 2014 is de stiefzoon van de man om het leven gekomen. Tot slot is het bedrijf dat de man voorheen samen met zijn broer runde, per november 2014 failliet verklaard.

Vernietiging borgtochtovereenkomsten en vordering tot terugbetaling van ca. € 180.000

De man heeft op een gegeven ogenblik een advocaat ingeschakeld. De advocaat van de man heeft Borgtocht 1 en Borgtocht 2 vernietigd wegens dwaling en/of misbruik van omstandigheden, en Borgtocht 3 wegens het ontbreken van de handtekening van de echtgenote van de man. Uiteindelijk is door de man een bedrijfspand verkocht. De bank heeft een bedrag ad € 178.094,31 van de opbrengst daarvan geïncasseerd op grond van de borgtochtovereenkomsten. Daaruit blijkt dus wel dat de Rabobank de vernietiging niet heeft erkend. De man vordert dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en kosten, in rechte terug van de Rabobank.

Rechtbank oordeelt dat er sprake is van particuliere borgtocht

De rechtbank acht van belang dat Borgtochten 1 en 2 zijn afgegeven ten gunste van de B.V., terwijl Borgtocht 3 is afgegeven ten behoeve van het bedrijf dat de man voorheen met zijn broer runde. Vast staat dat de man en zijn stiefzoon in de B.V. ieder 50% van de aandelen hielden, en dat de stiefzoon bestuurder van de B.V. was. De man was enig bestuurder en enig aandeelhouder van het bedrijf dat hij voorheen met zijn broer runde. Ten aanzien van Borgtocht 3 staat tussen partijen vast dat het een zakelijke borgtocht betreft. Het debat gaat met name omtrent de vraag of Borgtocht 1 en 2 zijn aan te merken als particuliere borgtochten in de zin van art. 7:857 BW. Daarvoor is vereist dat de borg niet handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf en evenmin ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van een besloten vennootschap waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder is of samen met zijn medebestuurders meerderheidsaandeelhouder is. Aan het 'bestuurderscriterium' is volgens de rechtbank niet voldaan, aangezien vaststaat dat de man nooit bestuurder was van de B.V. De Rabobank stelt dat de man actief betrokken was bij de B.V., waardoor hij als borg handelde in uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Hier gaat de rechtbank niet in mee. De man heeft zijn stiefzoon, welke bestuurder was van de B.V., in de gesprekken met de Rabobank met raad en daad bijgestaan. Dat brengt echter niet mee dat de man betrokken was bij het drijven van de onderneming als zodanig. De rechtbank oordeelt dan ook dat Borgtochten 1 en 2 zijn aan te merken als particuliere borgtochten.

Familierelatie tussen man en zoon vergroot omvang van de waarschuwingsplicht voor de Rabobank

Tegen deze achtergrond ziet de rechtbank aanleiding om te onderzoeken of de man bij het aangaan van de borgtochtovereenkomsten heeft gedwaald. Volgens de jurisprudentie heeft de Rabobank als professionele kredietverstrekker een bijzondere zorgplicht jegens een particuliere borg. Deze zorgplicht strekt ertoe te verzekeren dat de borg zich bewust is van de risico's die hij aangaat door zich borg te stellen voor de schuld van een derde. Voor de Rabobank was van meet af aan duidelijk dat er een affectieve relatie bestond tussen de man en zijn stiefzoon, welke in de weg zou kunnen staan aan een zuiver zakelijke afweging van de man als borg. Zeker met het oog daarop, had de Rabobank de beoogde particuliere borg tegen ondoordachtheid moeten beschermen, door hem duidelijk voor te lichten over de risico's van het aangaan van een borgtocht. Met algemene voorlichting kan niet worden volstaan. Niet is gebleken dat de Rabobank aan deze waarschuwingsplicht op kenbare wijze invulling heeft gegeven. Klaarblijkelijk is de bank ervan uitgegaan dat de man – zijnde een zakenman – wel wist wat hij deed. Echter, het feit dat hier ook sprake was van een affectieve relatie tussen de man en zijn stiefzoon, had de bank moeten aanzetten om de man duidelijk te waarschuwen over de risico's. Dat heeft de Rabobank niet gedaan, waardoor zij haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden. Volgens de rechtbank is er sprake van wederzijdse dwaling, omdat zowel de bank als de man een verkeerde inschatting hebben gemaakt van de levensvatbaarheid van de B.V. Borgtochten 1 en 2 kunnen dan ook worden vernietigd wegens dwaling.

Ook laatste borgtocht wordt vernietigd vanwege ontbreken handtekening echtgenote

Ten aanzien van Borgtocht 3 geldt dat deze niet door de echtgenote van de man is medeondertekend. Deze borgtocht is afgegeven het bedrijf dat de man voorheen samen met zijn broer runde. De handtekening van de echtgenote was volgens de rechtbank vereist voor het aangaan van deze borgtochtovereenkomst. Immers, de man is de borgtochtovereenkomst om zodoende een lening te kunnen afsluiten waarmee hij zijn broer wilde uitkopen. Er is dan ook geen sprake van een rechtshandeling die geschied is in de normale uitoefening van het bedrijf. Ook de vernietiging van Borgtocht 3 is dus geslaagd.

De Rabobank wordt door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een bedrag ad € 178.094,31, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en kosten.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u zichzelf ook als borg gesteld voor de terugbetaling van een krediet aan uw bank en wordt u daarop aangesproken terwijl u niet tijdig en/of volledig ingelicht bent omtrent de feiten en/of risico's? Of heeft uw echtgenoot niet meegetekend voor de borgstellingsovereenkomst? Neem hier vrijblijvend contact met ons op via ons contactformulier. Wij hebben ruime ervaring met het procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders alsmede tussenpersonen en/of financieel adviseurs.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

 


 

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant