X exploiteerde vanaf 1984 als eenmanszaak een coffeeshop. In 2007 en 2009 heeft hij alle aandelen in zijn (inmiddels twee) coffeeshops verkocht aan BV3.

In de periode van 1 tot en met 29 augustus 2011 heeft X in totaal een bedrag van € 749.998,- aan contanten opgenomen van de rekening van eiseres (een vennootschap van X).

Volgens gegevens van de Kamer van Koophandel zijn de activiteiten van eiseres ‘Financiële holdings, Houdster- en financieringsmaatschappij’.

Door eiseres zijn vervolgens meerdere grote bedragen contant opgenomen. Tussen 15 augustus 2011 en 29 augustus 2011 is bijvoorbeeld in totaal een bedrag van € 449.998,00 opgenomen. Als reden voor deze stortingen geeft eiseres het veilig stellen van het geld met het oog op de financiële crisis.

In een Managementadviesovereenkomst, gedateerd 9 januari 2015, zijn eiseres en BV3 overeengekomen dat eiseres managementadviseur van BV3 is, tegen een vergoeding van € 11.000,- per maand.

In de periode van 4 tot en met 18 december 2019 heeft X in totaal een bedrag van € 398.500,- in coupures van € 500,- gestort op de rekening van eiseres. Eiseres heeft na vragen van de bank meegedeeld dat de in 2019 gestorte gelden deel uitmaken van de in augustus 2011 opgenomen bedragen, die zijn bewaard en steeds zijn opgenomen in de jaarrekeningen en aangiftes vennootschapsbelasting.

Op verdere vragen van de bank heeft eiseres geantwoord dat BV3 haar enige afnemer is. In de tussentijd zijn meermaals stortingen gedaan van honderdduizenden euro’s. Zo ook op 15 mei 2020 waarop eiseres een bedrag van € 790.909,- van BV3 ontvangt.

Bij brief van 8 januari 2021 heeft de bank aan eiseres meegedeeld te hebben besloten om de bankrelatie met haar te beëindigen. Zij geeft als reden dat zij het klantenonderzoek onvoldoende kan uitvoeren.

Eiseres heeft in de loop van 2021 getracht rekeningen te openen bij drie andere banken. Deze hebben op de verzoeken afwijzend gereageerd.

Het geschil

Eiseres vordert de bank te veroordelen de bankrelatie met eiseres voort te zetten.

De beoordeling

De bank stelt dat zij haar klantenonderzoek onvoldoende kan uitvoeren omdat zij de vragen met betrekking tot een tweetal zaken geen antwoord krijgt. Deze vragen zien op de bedrijfsactiviteiten en de de storting van in totaal € 400.000,- eind 2019 in contanten in biljetten van € 500,-.

De voorzieningenrechter stelt vast dat eiseres in de voorgaande vier jaar een bedrag van in totaal ongeveer € 5 miljoen heeft ontvangen van BV3. Dit bedrag ligt vele malen hoger dan de € 11.000 die op grond van de managementadviesovereenkomst was afgesproken. Deze werkzaamheden zijn verder ook nier onderbouwd. Met betrekking tot de contante storting merkt de voorzieningenrechter verder op dat de vraag is gerechtvaardigd of met de in augustus 2011 opgenomen bedragen in de tussentijd niets anders is gebeurd, dan het enkel in de badkuip liggen zoals eiseres aangeeft.

De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat er te veel onduidelijkheden zijn, waardoor moet worden geconcludeerd dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat de bank door de opzegging in strijd met haar zorgplicht en/of dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

De beslissing

De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft uw bank ook de bankrelatie opgezegd? Kom dan in actie en neem hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten! Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant