Consumenten zouden slachtoffer zijn geweest van inbraak en diefstal. Ze hebben een schadeclaim ingediend bij Achmea. De verzekeraar heeft een onderzoek gestart om te kijken of er daadwerkelijk schade is geleden. Uit dit onderzoek is gebleken dat de inbraak in scène is gezet. Achmea heeft daarom de persoonsgegevens van de consumenten geregistreerd in de interne en externe Verwijzingsregisters.

De Klacht

De consumenten vinden dat de verzekeraar ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat sprake is van een in scene gezette inbraak en dat de consumenten opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven. De consumenten stellen dat bij de inbraak op 31 juli 2016 wel degelijk verschillende goederen zijn meegenomen, waardoor ze schade hebben geleden.

In plaats dat Achmea de geclaimde schade heeft uitgekeerd is de inboedelverzekering beëindigd en is zij overgegaan tot het registreren van de persoonsgegevens van de consumenten in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Externe Verwijzingsregister. Dit voor een duur van 8 jaar. Ook zijn de persoonsgegevens geregistreerd in de Gebeurtenissenadministratie voor een duur van 8 jaar en het daaraan gekoppelde Interne Verwijzingsregister voor een duur van 5 jaar.

Tot slot is er een melding gemaakt bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) en vordert de verzekeraar een bedrag van € 4.901,59 voor de gemaakte onderzoekskosten.

De consumenten vorderen dat de schade alsnog door de verzekeraar moet worden uitgekeerd en dat er een verklaring voor recht komt dat de consumenten de onderzoekskosten niet hoeven te betalen. Tot slot vorderen ze dat de persoonsgegevens worden verwijderd uit de interne en externe Verwijzingsregisters en dat de beëindiging van de inboedelverzekering ongedaan moet worden gemaakt.

Beoordeling

Tijdens de zitting hebben de consumenten erkend dat de verzekeraar terecht een beroep op verjaring van de schadeclaim heeft gedaan. Volgens de commissie hoeft de verzekeraar niet tot uitkering over te gaan.

De eerste vraag die beantwoord moet worden, is of Achmea rechtmatig heeft gehandeld bij het registreren van de persoonsgegevens in de registers. Voor de opname van de persoonsgegevens is vereist een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan fraude.

De consumenten stellen dat bij de inbraak personen de woning zijn binnengedrongen, de woning overhoop is gehaald en er goederen zijn weggenomen. Dit strookt niet met de bevindingen van de politie die ter plaatse is geweest en die geconstateerd dat de ruit van de achterdeur gebroken was. De politie heeft geoordeeld dat het onmogelijk was om via de gebroken ruit de woning binnen te dringen. De deuren van de woning waren nog afgesloten en er zijn verder geen braaksporen aangetroffen. Ook zijn de verklaringen van de consumenten tijdens de zitting tegenstrijdig met eerdere gegeven verklaringen.

Uit de gegeven informatie is de commissie van mening dat de consumenten de inbraak in scène hebben gezet om zo in strijd met de wet schade te claimen. De commissie oordeelt dat de registraties in de Verwijzingsregisters terecht zijn. Ook de onderzoekskosten mogen verhaald worden op de consumenten en de inboedelverzekering hoeft niet te worden heropend.

Beslissing

De vorderingen van de consumenten worden afgewezen.

Lees hier de gehele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant