Bank hoeft niet over te gaan tot verwijdering van registratie in het interne verwijzingsregister

A heeft een privérekening bij de ING, maar ook zakelijke rekeningen ten behoeve van zijn vijftien (15) commanditaire vennootschappen, stichtingen en besloten vennootschappen. Op enig moment in 2013 besluit de ING de persoonsgegevens van A in haar intern verwijzingsregister op te nemen voor de duur van acht (8) jaar.

A doet in 2017 een aanvraag voor een creditcard. De aanvraag wordt ongemotiveerd door de bank geweigerd. A zoekt contact met een medewerker van het BKR. Van deze medewerker verneemt A dat zijn gegevens in het interne verwijzingsregister van de ING staan. A heeft meermaals verzocht om de gegevens te verwijderen, maar de ING geeft geen gehoor aan het verzoek.

Vordering

A heeft gevorderd dat de ING wordt veroordeeld om de gegevens uit het interne verwijzingsregister te verwijderen. ING stelt dat zij over is gegaan tot registratie nadat is gebleken dat A zakelijke rekeningen opende, deze nauwelijks gebruikte en de rekeningen daarna met een negatief saldo moesten worden gesloten.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat de bank niet hoeft over te gaan tot verwijdering van de gegevens. A heeft onvoldoende belang, aangezien niet is vast komen te staan dat hij problemen ondervindt met het bankieren bij andere banken.

Oordeel hof

Op de relatie tussen A en de ING is de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen van toepassing en ook de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Het staat vast dat A vijftien (15) rekeningen heeft geopend voor de ondernemingen. Ook staat vast dat de rekeningen niet dan wel nauwelijks zijn gebruikt. Een aantal ondernemingen is door de KvK uitgeschreven, ontbonden dan wel gefailleerd. Daarop heeft de ING besloten de rekeningen te beëindigen. Een aantal rekeningen hebben op moment van beëindiging een negatief saldo. Op basis van deze omstandigheden heeft de ING geoordeeld dat het noodzakelijk was over te gaan tot registratie van de persoonsgegevens van A. Met de registratie wordt beoogd de integriteit van de financiële sector te waarborgen. Het betreft een interne registratie die niet zichtbaar is voor derden. Ook heeft A onvoldoende gesteld dat de registratie hem heeft belemmerd. Daarnaast is het opvallend dat A in 2017 pas te weten komt dat de registratie in 2013 heeft plaatsgevonden.

Het hof kan zich vinden in het oordeel van de kantonrechter met betrekking tot het niet-verwijderen van gegevens. ING had goede gronden om de gegevens van A op te nemen. A heeft onvoldoende gesteld dan wel aangetoond dat hij daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden van de registratie bij het afnemen van diensten bij andere instellingen. De bank heeft de persoonsgegevens op goede gronden geregistreerd, met inachtneming van de wettelijke bepalingen omtrent het registreren van persoonsgegevens.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over de zorgplicht van banken met betrekking tot een hypotheek of ander financieel product? Neem dan nu contact met ons op.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant