Eiseres en haar echtgenoot hadden beide een overlijdensrisicoverzekering bij de Volksbank. Na het overlijden van haar echtgenoot zou de bank een bedrag van € 74.800,- hebben uitgekeerd. Dit bedrag zou niet overeenkomen met de gemaakte afspraken in 2005. Eiseres vordert dat de Volksbank het totaal bedrag van € 170.000,- uitkeert.

Aanleiding

In 2005 heeft de Volksbank een hypothecaire geldlening verstrekt aan eiseres en haar echtgenoot. Het ging om een bedrag van in totaal € 270.000,-, waarvan € 200.000,- aflossingsvrij. Ook hebben zij ieder een overlijdensrisicoverzekering bij de Volksbank. Na het overlijden van haar echtgenoot zou de bank een bedrag van € 74.800,- hebben uitgekeerd. In het clausuleblad van de polis staat dat de verzekerde som jaarlijks daalt met een gelijkmatig bedrag.

Er zou in 2014, toen de rentevaste periode van de hypothecaire geldlening afliep, een gesprek zijn gepland tussen de eiseres en de Volksbank. Hierbij zou de financiële situatie van eiseres in kaart moeten worden gebracht. Er is tijdens dit gesprek om 10 november 2014 een PFA-rapport opgesteld.

Het PFA vermeldt op pagina 29 onder meer: ‘Mocht de heer komen te overlijden ontvangt mevrouw een nabestaandenpensioen van € 17.814 en haar eigen inkomen van € 21,539. Dit houdt in dat het inkomen van mevrouw uitkomt € 39.353. Met dit inkomen kunt u € 125.600 lenen. Dit is niet voldoende voor de nieuwe hypotheek. Ik adviseer u een overlijdensrisicoverzekering van € 134,400,-. U heeft aangegeven dat u de bestaande verzekering van € 170.000 graag intact wenst te houden. Hiermee wijkt u af van mijn advies, het gevolg hiervan is dat u bent oververzekerd. U heeft aangegeven dit te begrijpen.’

Op 10 mei 2020 is de echtgenoot overleden. De Volksbank heeft hierover een mail gestuurd naar eiseres en medegedeeld dat er een bedrag van € 74.800,- zou worden uitgekeerd. Eiseres heeft hierop gereageerd dat ze niet akkoord gaat met het uit te keren bedrag.

De Klacht

Eiseres vordert voor recht verklaart dat de Volksbank jegens eiseres toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen haar rechtsvoorganger en echtgenoot gesloten overeenkomst, althans jegens haar een onrechtmatige daad heeft gepleegd, althans heeft gehandeld in strijd met de bijzondere zorgplicht.

Eiseres vordert dat de Volksbank een som van bedragen betaalt ter hoogte van € 99.431,72 Met de bijbehorende proceskosten en de nakosten.

Het eerste bedrag van € 95.200,- wat wordt gevorderd is het verschil tussen het uitgekeerde bedrag van € 74.800,- en het bedrag van € 170.000,- dat volgens eiseres had moeten worden uitgekeerd. Het resterende bedrag zal bestaan uit hypotheekrente, schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten.

Overlijdensrisicoverzekering

Het kern verwijt van eiseres is dat uit de passage van het PFA ten onrechte staat dat de verzekering bij het overlijden van haar echtgenoot een bedrag van € 170.000,- zal uitkeren, terwijl dit al geruime tijd niet meer het geval was aangezien er een lineair dalende overlijdensrisicoverzekering is afgesloten. Volgens eiseres heeft de Volksbank daardoor niet de zorg betracht die redelijkerwijs verwacht mag worden en heeft zij haar bijzondere zorgplicht jegens eiseres geschonden.

Eiseres geeft aan dat door de fout in het PFA zij een onjuiste veronderstelling heeft gekregen dat het uit te keren bedrag van € 170.000,- gelijk zou blijven tot het einde van de looptijd in 2030. Als deze fout niet gemaakt was had eiseres in 2014 al kunnen zien dat de verzekering niet een gelijkblijvend bedrag van €170.000,- zou dekken, maar een lineair dalend bedrag en had zij dat bedrag omgezet naar € 170.000,- gelijkblijvend.

Beoordeling

Vast staat dat de omschrijving van de verzekering op pagina 29 van het PFA niet klopt. Het uit te keren bedrag was niet gelijkblijvend, maar daalde per jaar met € 6.800,-. De Volksbank heeft door een verkeerde berekening ten onterechte geconstateerd dat eiseres was oververzekerd.

Volgens de Volksbank is er wel degelijk aangegeven in het PFA dat het zou gaan om een ‘lineair dalende hypothecaire risicoverzekering’. Dit verweer wordt verworpen door de rechtbank, omdat het hier gaat om een bijlage. Personen zonder kennis van overlijdensrisicoverzekeringen kunnen hieruit niet duidelijk opmaken dat de waarde van hun verzekering afneemt.

Lineair dalend

De Volksbank geeft aan dat de eiseres bewust heeft gekozen voor een lineair dalend bedrag, om premie te besparen. Eiseres heeft dit gemotiveerd betwist. Zij heeft een ten tijde van het afsluiten een gesprek gehad met de voormalige directeur van het desbetreffende bankfiliaal. De directeur heeft in dat gesprek geen afspraak gemaakt over een lineair dalende verzekering, aangezien dat niet de wens was van de eiseres.

Ondanks het verweer van de Volksbank oordeelt de rechtbank dat in het licht van het voorgaande niet kan worden uitgegaan dat eiseres en haar echtgenoot, die geen ervaring met overlijdensrisicoverzekeringen hadden, uit de dekkingsomschrijving op het polis blad en uit het gesprek met de directeur hadden moeten begrijpen dat het veronderstelde bedrag onjuist zou zijn berekend. Door het onjuiste advies in het PFA, waarin wordt gesproken over het intact laten van ‘de bestaande verzekering van € 170.000,-’, wordt deze tegenstrijdigheid van de Volksbank nogmaals bevestigd.

Volgens de rechtbank levert de onjuiste omschrijving op pagina 29 van het PFA dan ook een schending op van de bijzondere zorgplicht die de Volksbank als adviseur heeft jegens eiseres.

Niet hersteld

De Volksbank voert ook aan dat een medewerker contact heeft opgenomen met eiseres waarbij duidelijkheid zou zijn gegeven over de lineair dalende verzekering. De rechtbank leidt uit uit deze verklaring af dat de Volksbank de vereiste mededelingen niet heeft gedaan in het telefoongesprek. De mededelingen zijn ook niet gedaan in de gespreksbevestiging. Dat betekent dat de Volksbank de schending van haar bijzondere zorgplicht niet heeft hersteld.

Hoogte Schade

De rechtbank oordeelt dat het resterende bedrag van € 95.200,- aan eiseres moet worden uitgekeerd, aangezien eiseres uit de passages in het PFA mochten begrijpen dat het uit te keren bedrag van de verzekering € 170.000,- gelijkblijvend was, wat ook haar wens was.

De als vordering 1 gevraagde verklaring voor recht zal worden gegeven als verzocht. Het als vordering 2 gevorderde bedrag van € 95.200,- zal worden toegewezen, evenals de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:199 BW daarover vanaf 10 mei 2020, de datum van het overlijden van echtgenoot. Vordering 3 en vordering 4 zullen eveneens worden toegewezen. Vordering 5 zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank verklaart voor recht dat de Volksbank jegens eiseres in strijd heeft gehandeld met de bijzondere zorgplicht die uit het ongeschreven recht voortvloeit.

De Volksbank wordt veroordeelt om aan eiseres een bedrag van € 97.416,68 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Met ingang van 1 oktober 2020 moet maandelijks een bedrag van € 92,11 worden betaald, totdat het bedrag van € 95.200,- zal zijn betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Tot slot wordt de Volksbank veroordeelt in de proceskosten en de kosten die zijn ontstaan na het vonnis, waaronder de advocaatkosten.

Lees hier de gehele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over overlijdensrisicoverzekering of andere financiële producten? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Ons kantoor is al meer dan 10 jaar gespecialiseerd in het procederen tegen financiële instellingen. Wilt u meer weten over ons kantoor? Neem dan een kijkje op onze website.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant