Verzoeker is vastgoedondernemer. Hij is geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem bij BKR. Dit komt omdat hij zijn hypotheekschuld bij ING niet kon voldoen. De lening is door ING opgeëist en nadat verzoeker een of meer getroffen betalingsregelingen niet was nagekomen, is verzoekers woonhuis instemming eind 2013 onderhands verkocht, waarbij een restschuld van € 201.045,21 is ontstaan.

Het geschil

Verzoeker verzoekt de rechtbank bij voorraad primair ING te bevelen de (bijzonderheids)coderingen A, 2 en 3 te doen verwijderen en (meer) subsidiair deze te beperken tot twee jaar, derhalve tot juli 2021, of een andere de rechtbank juist achtende duur en ING te bevelen deze coderingen na afloop van deze termijn te verwijderen, op straffe van dwangsommen.

De beoordeling

Tussen partijen is niet in geschil dat de BKR-registraties van ING in overeenstemming met de bestaande regelgeving zijn aangebracht en in die zin rechtmatig zijn. De vraag die moet worden beantwoord door de rechtbank is of de BKR-registraties moeten worden verwijderd.

Wanneer verzoeker bezwaar maakt tegen de registraties is het aan ING om een belangenafweging te maken. ING moet het bezwaar in beginsel honoreren, tenzij zij dwingende gronden aanvoert voor de registratie die zwaarder wegen dan de belangen van verzoeker. Als de verwerkingsverantwoordelijke het bezwaar niet honoreert, kan de betrokkene de rechter zo nodig om een doeltreffende voorziening vragen. Dit is nu dus gebeurd.

ING moet een zwaarwegend belang aanvoeren bij het behoud van de BKR-registratie. ING heeft hiertoe gewezen op de gehele voorgeschiedenis van het krediet, op het grote bedrag dat zij op haar vordering heeft moeten afboeken, dat daarmee circa 99 % van de totale schuld is afgeboekt en het feit dat verzoeker pas recent het Wettelijke schuldregeling-traject heeft afgerond.

Verzoeker wenst dat de BKR-registraties verwijderd worden zodat hij met zijn onderneming, die financieel stabiel en gezond is, nieuwe, voor expansie benodigde kredieten kan aangaan.

De rechtbank kan verzoeker erin volgen, dat wanneer hij dan nu ook nog eens de eindtijd van zijn BKR-registraties zou moeten afwachten, er een gerede kans bestaat dat hij niet meer op succesvolle en expanderende wijze invulling kan geven aan zijn ondernemerschap. Bovendien mag worden aangenomen dat verzoeker van zijn verleden heeft geleerd en niet tegen zichzelf in bescherming behoeft te worden genomen, aldus de rechtbank. Aan de andere kant acht de rechtbank het te vroeg om de notering nu meteen te doen schrappen. De rechtbank beveelt ING dan ook om de registraties uiterlijk op 31 december 2021 te doen verwijderen op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat ING niet aan deze bevelen voldoet, met een maximum van € 50.000,-.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Victor Welten

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant