X en Y (hierna: X c.s.) zijn getrouwd en hebben zich samen in 2007 gewend tot de tussenpersoon Vergelijkshop Midden-Nederland omdat zij een hypothecaire lening wilden afsluiten. X drijft op dat moment, naast zijn baan bij Douwe Egberts, als medevennoot een taxibedrijf (hierna: de vof).

Op 9 november 2007 hebben X c.s. het door althans voor hen ingevulde formulier “Gegevens Aanvrager” van ELQ voor akkoord ondertekend. Hierop is aangegeven dat X als zelfstandige een bruto jaarinkomen van 80.000 euro genereert en dat Y een inkomen uit WAO-uitkering ontvangt van 15.000 euro per jaar. Diezelfde dag tekent X ook de “Verificatie eigenverklaring” van ELQ, hierin staat onder meer dat die 80.000 euro bestaat uit winst uit onderneming.

ELQ wijst de aanvraag af omdat zij meerdere aanvragen met wisselende bedragen hebben binnengekregen van X.

Op 3 december vult X opnieuw het formulier “Verificatie Eigenverklaring” van ELQ in. Hierin geeft hij aan dat hij als zelfstandige een bruto inkomen van 60.000 euro als winst uit onderneming geniet. Daarnaast heeft X aan ELQ door hem zelf vervaardigde overzichten verstrekt waarin een indicatie is gegeven van de omzet van de v.o.f. over de maanden september en oktober 2007. Deze omzet heeft X op 7.766 euro respectievelijk 7.271 euro geraamd.

Aan de hand hiervan heeft ELQ op 7 december 2007 een offerte aan X c.s. uitgebracht, waarin hem hypothecaire lening van € 443.500 werd aangeboden met een looptijd van 30 jaar tegen een nominale rente van 7,05% per jaar, hetgeen zich vertaalde naar een bruto maandlast van € 2.605,56. X c.s. hebben de offerte geaccepteerd.

Nog geen twee jaar later berichtten X c.s. ELQ dat zij de maandlasten van hun hypothecaire lening niet langer kunnen dragen. Na het treffen van verschillende betalingsregelingen is ELQ overgegaan tot verkoop van de woning. In december 2014 is de woning voor 348.100 euro verkocht, waarna een restschuld van 95.400 euro voor X c.s. overbleef.

X c.s. hebben bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (hierna: het Kifid) geklaagd dat ELQ zich schuldig heeft gemaakt aan overkreditering en daardoor de op haar rustende zorgplicht jegens X c.s. heeft geschonden. Het Kifid oordeelt dat ELQ zich schuldig heeft gemaakt aan een overkreditering van ruim 300.000 euro en niet had mogen afgaan op de verklaring van X waardoor zij haar zorgplicht heeft geschonden. Het Kifid merkt daarbij wel op dat de berekening van de overkreditering naar alle waarschijnlijk niet helemaal klopt. Die berekening is namelijk gemaakt aan de hand van het fiscale inkomen van X, maar het werkelijke inkomen ligt, zo vermoedt het Kifid, een stuk hoger. Het Kifid beslist dan ook dat 40% van de schade voor rekening van X c.s. moet blijven. Deze uitspraak is niet bindend.

De beoordeling in eerste aanleg

X c.s. hebben in eerste aanleg gevorderd voor recht te verklaren dat ELQ tekort is geschoten in de op haar rustende zorgplicht en ELQ te veroordelen tot betaling van schadevergoeding aan X c.s. van 246.452,04 euro. In het eindvonnis heeft de rechtbank beslist dat X c.s. niet zijn geslaagd in het bewijs van overkreditering en de vorderingen afgewezen.

De beoordeling in hoger beroep

De zorgplicht Het hof stelt voorop dat de maatschappelijke functies van banken een bijzondere zorgplicht meebrengen. In het licht van de verstrekte omzetgegevens van de v.o.f. had ELQ als professionele kredietverlener nader onderzoek moeten doen naar de door X genoemde winst uit onderneming van € 60.000 per jaar. Daarbij is van belang dat ELQ meerdere aanvragen van X had binnengekregen met wisselende bedragen aan inkomsten en dat haar bekend was dat X moeite had met de begrippen omzet en winst. Uit het voorgaande volgt dat ELQ niet heeft voldaan aan de op haar zelfstandig rustende onderzoeksplicht omdat zij de door de tussenpersoon aangeleverde gegevens niet heeft geverifieerd. Verder is van belang dat ELQ heeft onderkend dat X c.s., ook indien wordt uitgegaan van de door hen opgegeven inkomsten, niet in staat waren de lasten van de hypothecaire geldlening én de lasten van de schulden te dragen. Hieruit volgt dat het verstrekken van de hypothecaire geldlening onverantwoord was.

Causaal verband Doordat ELQ in strijd met haar zorgplicht aan X c.s. een te hoge geldlening heeft verstrekt, hebben X c.s. schade geleden. Het hof acht voldoende aannemelijk dat tussen de zorgplichtschending en die schade causaal verband bestaat.

Eigen schuld Vast staat dat X een onjuiste opgave van zijn winst uit onderneming heeft gedaan waardoor het verstrekken van een niet passende hypothecaire geldlening deels aan X c.s. kan worden toegerekend. Het hof is echter van oordeel dat de billijkheid wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten eist dat de schade geheel voor rekening van ELQ blijft.

Schade Uitgaande van de verstrekte geldlening van 443.500 euro met een maandlast van 2.605,56 euro en de geldlening van 142.000 euro met een maandlast van € 880 en de looptijd van 86 maanden bedraagt de schade € 109.303,83. Verder komen alleen de eerste verhuiskosten van 2.871,03 euro voor vergoeding in aanmerking.

De slotsom

Het hof vernietigt de bestreden vonnissen, verklaart voor recht dat ELQ tekort is geschoten in de op haar rustende zorgplicht en veroordeelt ELQ tot betaling van een bedrag van 112.174,86 euro aan X c.s.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant