Moest ING waarschuwen voor het instorten van de huizenmarkt?

Meneer A en mevrouw B hebben in 2007 een woning gekocht. Op dat moment waren zij ook al eigenaar van een andere woning. Om deze woningen te financieren hebben zij in 2005 en 2007 aflossingsvrije hypothecaire geldleningen afgesloten bij ING. In totaal werd een bedrag van €905.000 geleend. In 2008 raakt meneer A zijn baan als hypotheekadviseur kwijt. Daardoor ontstaan achterstanden met het betalen van de rente op beide aflossingsvrije leningen. Uiteindelijk worden eind 2013 beide woningen executoriaal verkocht voor een bedrag van €345.000. De volledige opbrengst wordt gebruikt om de hypotheekschuld bij ING af te lossen. In maart 2014 laat ING per brief weten dat de restschuld na executoriale verkoop nog €625.000 bedraagt.

Vordering wordt in eerste aanleg afgewezen

Meneer A stelt dat ING haar zorgplicht jegens hem heeft geschonden. Daarom start hij een gerechtelijke procedure waarmee hij een verklaring voor recht vordert waarin wordt vast gelegd dat ING onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank wijst de vordering van meneer A af. Volgens de rechtbank is het meest concrete verwijt dat meneer A aan ING is dat de bank bij het afsluiten van de hypothecaire leningen niet heeft gewaarschuwd voor de risico’s die het macro-economische verdienmodel van banken met zich meebrengt. Met dit verwijt wordt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een zorgplicht schending door ING jegens meneer A. De rechtbank overweegt dat, in lijn met vaste rechtspraak, de omvang van de zorgplicht van een bank wordt vastgesteld aan de hand van concrete omstandigheden. Nu meneer A geen concrete omstandigheden aan zijn verwijt ten grondslag legt kan de rechtbank niet beoordelen of ING haar zorgplicht heeft geschonden.

Banken moesten waarschuwen voor het instorten van de huizenmarkt

Meneer A kan zich niet vinden in de uitspraak van de rechtbank. In hoger beroep verwijt hij de banken en ING in het bijzonder dat zij de instorting van de huizenmarkt hebben veroorzaakt. Banken verdienen geld door de verkoop van hypothecaire leningen door middel van het securitisatiemodel. Om dit in stand te houden zijn volgens meneer A aan mensen zoals hem aflossingsvrije hypotheken aangeboden die zij niet konden betalen. Meneer A stelt in hoger beroep dat de ineenstorting van de huizenmarkt voor banken voorzienbaar was. Banken waren voor de instorting van de huizenmarkt gewaarschuwd en daarom hadden banken hun klanten ook moeten waarschuwen voor deze instorting.

Hof laat zich niet uit over rechtmatigheid securitisaties

Bij de beoordeling van het hoger beroep stelt het hof voorop dat zij zich aansluit bij het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft op een juiste wijze geoordeeld dat de omvang van de bijzondere zorgplicht van banken tegenover particuliere klanten afhangt van het specifieke geval. Meneer A heeft in hoger beroep gesteld dat ING de hypotheken niet mocht verstrekken omdat de bank niet heeft getoetst of hij een instorting van de huizenmarkt kon opvangen met zijn vermogen. Het hof maakt uit deze stelling op dat meneer A ING verwijt dat geen onderzoek is gedaan naar zijn vermogenspositie. ING heeft aangegeven dat wel degelijk onderzoek is verricht naar de vermogenspositie van meneer A. Voorts stelt meneer A dat het securitisatiemodel van de banken onrechtmatig is. Het zou het ineenstorten van de Nederlandse huizenmarkt hebben veroorzaakt en daarmee ook de schade die meneer A en mevrouw B hebben geleden. Het hof stelt in hoger beroep dat zij niet kan en zal beoordelen of securitisatie van hypotheken door banken in het algemeen onrechtmatig is. Een rechter mag enkel een oordeel geven in een specifiek geval op basis van de stellingen en verweren van partijen. De onrechtmatigheid van securitisatie in het algemeen kan in deze procedure daarom niet aan de orde zijn.

Hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank

De slotsom is dat alle door meneer A aangevoerde grieven tegen het vonnis van de rechtbank falen. Meneer A heeft onvoldoende onderbouwd dat ING in dit specifieke geval haar zorgplicht jegens meneer A en mevrouw B heeft geschonden. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant