Consumenten hebben een adviseur benaderd om voor hen te bemiddelen bij de totstandkoming van een hypothecaire geldlening. In mei 2010 hebben ze een lening afgesloten, bestaande uit een aflossingsvrij deel en een zogenoemde SpaarGroeihypotheek.

In de verzekering is opgenomen dat op de einddatum van de polis per verzekeringnemer (consumenten) een bedrag van € 74.000,00 wordt uitgekeerd, indien zij op dat moment nog in leven zijn. In geval van overlijden van een tweede verzekerde wordt 110% van de opgebouwde waarde uitgekeerd en eindigt daarna de verzekering.

De klacht en vordering

De consumenten hebben gesteld dat zij door de adviseur verkeerd geadviseerd zijn, omdat zij hadden gekozen voor de SpaarGroeihypotheek om risico’s te beperken en het risico nu groter blijkt te zijn, omdat de opgebouwde waarde van de verzekering aan de bank vervalt. Dit was niet wat Consumenten als doel hadden: zij wensen namelijk tenminste de opgebouwde waarde uit de polissen uitgekeerd te krijgen. Dat zij bij overlijden in feite hun geld kwijt zijn, blijkt niet uit het adviesrapport. Wel blijkt uit dit rapport dat zij zekerheid willen en daarom voor een leningdeel gekozen hebben voor de SpaarGroeihypotheek. De bank heeft gesteld dat de adviseur de consumenten hierop had moeten wijzen.

Het verweer

De adviseur heeft verweer gevoerd tegen de stellingen van de consumenten door te stellen dat de consumenten akkoord zijn gegaan met de hypotheekofferte en -akte en de (aanvraag) van de verzekeringen. Ook hebben Consumenten volgens de adviseur geen schade geleden.

De beoordeling

De commissie stelt zich de vraag of de adviseur de op haar rustende zorgplicht jegens consumenten heeft geschonden.

Hoewel uit het adviesrapport inderdaad, zoals Consumenten hebben gesteld, blijkt dat zij een ‘zeker deel’ (de spaar hypotheek) en een ‘onzeker deel’ (het aflossingsvrije leningdeel) wensen, blijkt niet uit het adviesrapport dat is besproken – laat staan afgesproken – dat de consumenten de wens hebben om de opgebouwde waarde op de spaarpolis uitgekeerd te krijgen. De commissie stelt vast dat in het adviesrapport, de aanvraag voor de verzekering, de hypotheekofferte en de polis van de verzekering duidelijk blijkt dat de verzekering alleen tot uitkering zal komen indien Consument voor de einddatum overlijdt en dat wanneer dit niet gebeurt de waarde van de polis aan de bank is verpand en dus niet aan vrij kan worden besteed door Consumenten.

De commissie concludeert dat niet is komen vast te staan dat de adviseur de consumenten onjuist heeft geïnformeerd en de op haar rustende zorgplicht jegens hen heeft geschonden. Bovendien hebben de consumenten in feite een financieel voordeel gehad door de afgesloten constructie, wat zowel door de bank is bevestigd als door de adviseur is voorgerekend.

De vordering wordt afgewezen.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Victor Welten

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant