ABN AMRO beëindigd de bankrelatie met de zoon van een coffeeshophouder. De coffeeshophouder zou geen rekening kunnen openen bij de ABN en gebruikte de rekening van het administratiekantoor van zijn zoon.

Achtergrond

Het administratiekantoor bestaat al sinds 2017. In het begin van dat jaar is bij de ABN AMRO een zakelijke rekening geopend voor het kantoor. Nog geen jaar later werd er door de bank een ongebruikelijke transactie gesignaleerd. Volgens de bank paste deze transactie niet in het patroon van het administratiekantoor en stelde vragen.

De eigenaar van het administratiekantoor en zoon van de coffeeshophouder liet aan de bank weten dat het geld afkomstig was van zijn vader. Het was zijn vader niet gelukt om een zakelijke rekening te openen, waardoor hij geen pinautomaat kon plaatsen in zijn Tilburgse coffeeshop. Daarom werd er een constructie bedacht via het administratiekantoor.

Onderzoek

ABN liet weten dat deze constructie onaanvaardbaar was in het kader van witwasbestrijding. Voor de bank was het beëindigen van de bankrelatie de enige optie om haar zorgplicht jegens het financiële stelsel te beschermen. In 2019 en 2020 werd er nog uitvoerig overlegd tussen de bank en de eigenaar van het administratiekantoor. In november 2021 stuurde ABN nieuwe vragen, onder meer over de sterk gestegen omzet in het tweede kwartaal van 2021.

Ook zou zijn afgesproken dat de coffeeshop geen contanten meer zou storten op de rekening van het administratiekantoor. Helaas stelde de ABN vast dat er in de periode van 2018 tot en met 2021 voor meer dan 1,8 miljoen euro aan contanten werd gestort op de rekening van het administratiekantoor. De bank gaf de eigenaar de gelegenheid om uitleg te geven over de herkomst van het geld en dit nader te onderbouwen.

Bankrelatie beëindigd

Volgens ABN was de onderbouwing onvoldoende om het cliëntenonderzoek positief af te ronden. Ook werd de zakelijke rekening van het administratiekantoor nog steeds gebruikt voor contante stortingen. De bank beëdigde hierdoor de bankrelatie in december 2021.

Ook de persoonlijke rekening van de eigenaar van het administratiekantoor werd opgeheven. ‘In verband met het schenden van de afspraak, gebrek aan informatie en de beëindiging van de relatie, zal de bank uw persoonsgegevens (…) opnemen in haar interne waarschuwingslijst met betrekking tot witwassen en financieren van terrorisme. Deze opname geschiedt voor de duur van 5 jaar’, zo kreeg de eigenaar van het administratiekantoor te horen.

De eigenaar stapte naar de rechter en eiste dat ABN AMRO de klantrelatie weer zou herstellen en zijn persoonsgegevens uit de interne en externe Verwijzingsregister te halen. De bank zou haar acties onvoldoende hebben gemotiveerd en de sancties zouden onredelijk en onbillijk zijn. Alle banken hadden de coffeeshop van zijn vader een rekening geweigerd waardoor de zaak geen pinautomaat had en betalingen contant moesten geschieden.

Algemene Bank Voorwaarden

De rechter stelde dat ABN AMRO op grond van artikel 35 ABV een contractuele bevoegdheid heeft de relatie met een klant te beëindigen. De opzeggingsbevoegdheid van een bank en haar contractuele vrijheid zijn echter niet onbegrensd. Er geldt immers ook een bancaire zorgplicht.

De rechter vond het echter aannemelijk dat het gebruik van de rekening van het administratiekantoor in strijd is met artikel 2:3a Wft. Het administratiekantoor had de coffeeshop immers de mogelijkheid geboden om contanten te plaatsen op een betaalrekening en had zichzelf daarmee gekwalificeerd als ‘betaaldienstverlener’. Daarvoor is een vergunning van DNB vereist. Het administratiekantoor had die vergunning niet. ‘Dit is op zichzelf een voldoende reden voor opzegging van de bankrelatie’, aldus de rechter. Nu ging het echter ook om de vraag of de opzegging van de privérekening van de eigenaar van administratiekantoor gerechtvaardigd was.

Conclusie voorzieningenrechter

De rechter vond van wel. De eigenaar van het administratiekantoor had willens en wetens betaaldiensten verleend aan de coffeeshops, en hij wist dat er hierdoor witwas risico’s waren. Hij beriep zich erop dat de situatie sinds 2018 bij ABN AMRO bekend was (‘rechtsverwerking’). Maar volgens een uitspraak van de Hoge Raad is alleen de factor tijd niet voldoende om rechtsverwerking te kunnen aannemen.

‘Het administratiekantoor had zich ook moeten gedragen conform de eisen van ABN AMRO, namelijk het stopzetten van het innen van contant geld van de coffeeshop. Dat was niet gebeurd en dus had de bank de relatie terecht opgezet’, aldus de rechter.

Lees de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant