Onderzoek Houston

De consument heeft samen met zijn toenmalige partner in 2007, 2008 en 2009 hypothecaire geldleningen afgesloten bij Rabobank. Uit de offertes voor deze geldleningen blijkt dat de financieringen verstrekt zijn op de inkomens van beide partners.

Op 20 februari 2013 is de echtscheiding tussen consument en zijn ex-partner uitgesproken. In de onderlinge afspraken is vastgelegd dat de consument zou proberen de hypothecaire geldleningen op alleen zijn eigen naam voort te zetten, zodat de ex-partner uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zou kunnen worden ontslagen.

Sinds 2012 heeft de consument meermaals verzocht zijn ex-partner uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. Rabobank heeft die verzoeken telkens afgewezen en gesteld dat de gehele geldlening niet verantwoord aan hem verstrekt kan worden. Hierdoor is de consument verplicht jegens zijn ex-partner de woning te verkopen.

De klacht en vordering

De consument heeft geklaagd dat Rabobank weigert zijn ex-partner uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de geldleningen te ontslaan en vordert dat Rabobank daartoe door de commissie verplicht wordt.

De consument is van mening dat hij voldoende vaste en bestendig inkomen geniet om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Bij repliek heeft de consument zijn aangifte Inkomstenbelasting overgelegd uit 2012, waaruit een verzamelinkomen van € 1.124.848,00 blijkt. De consument heeft de stellige indruk dat Rabobank slechts kijkt naar het inkomen dat de consument aan zichzelf uit de holdingmaatschappij uitkeert, terwijl ook zou moeten worden gekeken naar het inkomen dat hij geniet uit zijn overige deelnemingen en de dividenduitkeringen die hij geniet.

De beoordeling

De commissie overweegt dat het in beginsel aan de consument is om aannemelijk te maken dat de voortzetting van de gehele geldlening op zijn naam verantwoord zou zijn. In dat kader heeft de consument gewezen op onder meer het inkomen dat hij in 2012 genoot. Naar het oordeel van de commissie heeft de consument echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn huidige inkomen uit onderneming voor Rabobank op basis van de normen voor verantwoorde kredietverstrekking zou moeten voldoen om de lening op alleen zijn naam voort te zetten.

Daarnaast heeft de consument aangegeven dat Rabobank onvoldoende met hem meedenkt, bijvoorbeeld over de mogelijkheden om de garantstelling van een derde te bewerkstelligen of zijn huidige partner als mededebiteur aan te merken. Rabobank heeft echter aangegeven dat zij geen hypothecaire leningen wenst te verstrekken aan personen die niet zelf op het adres woonachtig zijn. Dit standpunt valt onder de contractsvrijheid van Rabobank.

De beslissing

De commissie wijst de vordering af.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant