Eiser was als zelfstandig adviseur werkzaam voor bedrijven. Verschillende bedrijven aan welke eiser adviseerde bankieren bij de Rabobank. Rabobank heeft op een gegeven moment aan eiser laten weten dat zij het onwenselijk vindt dat eiser deze bedrijven vertegenwoordigt zonder een bancaire volmacht of aanstelling als bestuurder en dat zij ervoor gekozen heeft om geen zaken meer met eiser te doen.

In het kortgeding dat eiser heeft aangespannen eist hij kort samengevat Rabobank te veroordelen haar besluit in te trekken. Daarnaast vordert eiser een voorschotbetaling van 100.000 euro op geleden en nog te lijden schade.

De beoordeling

De vraag is volgens de voorzieningenrechter of Rabobank bij het nemen van haar besluit de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Op grond van artikel 3 lid 2 aanhef en onder d Wwft dient Rabobank verder ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme cliëntenonderzoek te verrichten dat haar in staat stelt om – onder meer – een voortdurende controle op de zakelijke relatie met haar cliënt en de in dat kader te verrichten transacties uit te oefenen, met zo nodig een onderzoek naar de bron van middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden. Indien Rabobank daaraan niet kan voldoen, dient zij op grond van artikel 5 lid 2 Wwft de zakelijke relatie te beëindigen. Anders dan eiser meent, is Rabobank dus gehouden ook ten aanzien van bestaande klanten, indien omstandigheden daartoe aanleiding geven, (nader) klantonderzoek verrichten.

Rabobank geeft aan dat eiser zich voordeed als vertegenwoordigen van diverse bedrijven, terwijl hij geen bestuurder van deze rechtspersonen was en ook niet beschikte over een bancaire volmacht, terwijl hij wel het beheer voerde over de rekeningen op naam van deze bedrijven en beschikking had over bankpassen van deze bedrijven. Uit het klantonderzoek dat Rabobank naar eiser deed bleek uit openbare bronnen dat eisers naam in verband werd gebracht met criminele activiteiten. Daarnaast verwijt Rabobank eiser dat hij langere tijd gebruik heeft gemaakt van bancaire faciliteiten en bankproducten zonder dat hij daartoe gerechtigd was. Toen eiser over dit gebruik van bankpassen door de bank werd bevraagd heeft eiser niet naar waarheid verklaard, volgens Rabobank. Tot slot stelt Rabobank nog dat zij geen inzicht had in de daadwerkelijk relatie tussen eiser en deze bedrijven. Op deze gronden besloot Rabobank om vanwege met name het reputatierisico voor de bank niet langer zaken te doen met eiser.

Op grond van de wederzijdse stellingen concludeert de voorzieningenrechter voorshands dat het verwijt van Rabobank aan eiser (te weten dat hij zonder de daarvoor benodigde volmacht het beheer heeft gevoerd over rekeningen van de bedrijven en over bankpassen heeft beschikt) niet terecht is, althans dat Rabobank dit verwijt tot dusverre in ieder geval niet heeft kunnen staven.

A weerspreekt ook de belastende informatie uit openbare bronnen. Rabobank reageert niet op de onderbouwde betwisting van A, terwijl dat wel op haar weg lag. Daarmee heeft Rabobank haar betoog dat vanwege die belastende informatie de relatie met A een reputatierisico oplevert, onvoldoende onderbouwd, aldus de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter komt tot de slotsom dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het door hem bestreden besluit van Rabobank een deugdelijke onderbouwing mist en daarmee onzorgvuldig is tegenover hem, mede gelet op de verstrekkende materiële en immateriële consequenties, die dit besluit voor hem zou kunnen meebrengen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zal het besluit om die reden in een eventuele bodemprocedure geen stand houden.

Een schadevergoeding wordt niet toegewezen. Hoewel uit het bovenstaande volgt dat het bestreden besluit niet deugdelijk is onderbouwd en daarom tegenover eiser onzorgvuldig is, betekent dat niet zondermeer dat Rabobank gehouden is om een schadevergoeding aan eiser te betalen. Nu Rabobank de gestelde schade, de omvang daarvan en het causale verband uitdrukkelijk heeft betwist, lag het op de weg van eiser om dit te onderbouwen. Eiser heeft dit onvoldoende onderbouwd gesteld.

De voorzieningenrechter gelast Rabobank om het besluit van 16 oktober 2018 in te trekken en deze intrekking te bevestigen aan de bedrijven van X en Y, op straffe van een dwangsom.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant