De consument heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij de verzekeraar. Deze heeft hij afgesloten via de tussenpersoon. Op 24 april 2018 heeft de accountant van de consument een verlengingsformulier ingevuld, waardoor de aflopende verzekering werd verleend tegen 30% korting.

In december 2019 heeft de consument een andere tussenpersoon ingeschakeld, RVA. Op 13 december 2019 heeft RVA de tussenpersoon verzocht de verzekering per 1 januari 2020 te beëindigen. Vervolgens heeft RVA per 1 januari 2020 een nieuwe arbeidsongeschiktheidsverzekering bij een andere verzekeraar afgesloten voor de consument.

De tussenpersoon heeft later laten weten dat de verzekeraar de verzekering niet beëindigd omdat de eerstvolgende contractsvervaldatum 14 juni 2021 is.

De klacht en vordering

De consument vordert een schadevergoeding van € 3.428,- omdat hij dubbel premie betaalt. Volgens de consument heeft de tussenpersoon de zorgplicht jegens hem geschonden, omdat de consument zich er niet van bewust was dat de verzekering in 2018 met drie jaar is verlengd zonder tussentijdse opzeggingsmogelijkheid. De tussenpersoon had de consument hierover beter moeten informeren en had hem moeten wijzen op andere verlengingsmogelijkheden.

De beoordeling

De tussenpersoon stelt daartegenover allereerst dat aangaande het verlengingsformulier geen dienstverleningsovereenkomst is afgesloten voor advisering. De tussenpersoon heeft het verlengingsformulier alleen voorgelegd aan de consument. Verder stelt de tussenpersoon dat de consument voldoende op de hoogte is gebracht met de correspondentie van de verzekeraar dat de verlenging drie jaar zou zijn tegen een korting van dertig procent.

De consument heeft op 15 maart 2018 een informatiebrief met als bijlage het verlengingsformulier ontvangen van de verzekeraar. De commissie oordeelt dat uit deze brief en het daarbij behorende verlengingsformulier voldoende duidelijk volgt dat de consument kan kiezen voor een verlenging van drie jaar van de verzekering tegen een korting van dertig procent en dit betekent dat gedurende die drie jaar de verzekering niet opgezegd kan worden.

Van een verzekeringsnemer mag volgens de commissie worden verwacht dat hij de aan hem verstrekte documentatie aandachtig doorleest en dat hij daarover zo nodig vragen stelt. Dit heeft de consument niet gedaan.

Gelet op de e-mailcorrespondentie in het dossier oordeelt de commissie dat de tussenpersoon de stelling van de consument dat een (toenmalig) adviseur van de tussenpersoon aan de huidige tussenpersoon van de consument heeft toegezegd dat de verzekering per 1 januari 2020 kon worden opgezegd voldoende gemotiveerd heeft betwist.

De beslissing

De commissie wijst de vordering af.

Lees hier de hele uitspraak.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant