ABN Amro heeft een klantonderzoek naar verzoeker gedaan. Er heeft een gesprek tussen ABN Amro en verzoeker plaatsgevonden en er zijn na dat gesprek meerdere vragen gesteld aan verzoeker.

Op 29 april 2020 heeft verzoeker een verzoek op grond van artikel 12 en 15 lid 1 van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) bij ABN AMRO ingediend. Verzoeker wilde weten welke gegevens ABN Amro heeft van verzoeker. ABN Amro heeft aan dit verzoek voldaan en heeft op 2 oktober 2020 een overzicht verstrekt van de persoonsgegevens van verzoeker die zij vanwege het Wwft-onderzoek heeft verwerkt, met daarin beschreven waar die gegevens vandaan komen en of die met anderen worden gedeeld.

Verzoeker is van mening dat het verwerkingsoverzicht niet voldoende is. Hij stelt dat hij recht heeft op inzage in alle stukken waarin zijn naam is genoemd. Verzoeker heeft daarom de rechtbank verzocht om ABN AMRO te veroordelen tot afgifte van alle onderliggende stukken en de bijbehorende brongegevens van de persoonsgegevens die in het kader van het Wwft-onderzoek zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom.

De rechtbank is van oordeel dat het recht op inzage van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 AVG in beginsel niet betekent dat de betrokkene zonder meer recht heeft op inzage in of kopieën van de stukken of bestanden als daarin zijn persoonsgegevens voorkomen. Om te bepalen hoe ver het recht op inzage rijkt moet gekeken worden naar de omstandigheden van het geval. Als documenten niet alleen NAW-gegevens bevatten, maar ook feitelijke en waarderende gegevens over eigenschappen of gedragingen van een persoon lenen die gegevens zich niet altijd goed voor opname in een verwerkingsoverzicht, zo geeft de rechtbank aan.

Verzoeker heeft aangevoerd dat hij ervan overtuigd is dat ABN Amro een externe verwijzingsapplicatie heeft geraadpleegd in zijn dossier en daardoor bekend is geraakt met het feit dat een andere bank verzoeker heeft geregistreerd in het externe verwijzingsregister. ABN AMRO heeft gesteld dat zij in het kader van haar Wwft-onderzoek geen zogenaamde EVA-toets heeft gedaan en in dat kader dus geen persoonsgegevens van verzoeker heeft verwerkt.

De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak volgt dat degene die stelt dat er méér persoonsgegevens moeten zijn, nadat onderzoek naar die persoonsgegevens is gedaan en niet ongeloofwaardig is medegedeeld dat er niet meer persoonsgegevens zijn, aannemelijk dient te maken dat er wel meer persoonsgegevens zijn. De rechtbank is, mede gelet op het verweer van ABN Amro, van oordeel dat verzoeker dat niet aannemelijk heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft ABN Amro kunnen volstaan met het verstrekken van het verwerkingsoverzicht. De rechtbank is van oordeel dat het verwerkingsoverzicht volledig is. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant