Uitspraak: Rabobank wint zaak om beëindiging bankrelatie op grond van de Wwft

In een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, gedateerd op 28 juni 2023 en gepubliceerd op 28 juli 2023 (ECLI:NL:RBAMS:2023:3970), is de vordering van eisers om de bankrelatie met de Coöperatieve Rabobank U.A. voort te zetten afgewezen. De bank had de relatie opgezegd op grond van artikel 5 lid 3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), omdat er te veel onduidelijkheden waren met betrekking tot het businessmodel en het rondpompen van geld.

Achtergrond van het geschil

De zaak draait om Eiser X, die (indirect) de enige bestuurder is van Lion Financial Service Holding BV (LFS) en Lion Investment Group BV (LIG). X heeft ook banden met Advice & Brokerage BV (A&B). De Rabobank verzocht in 2021 en 2022 eisers om hun businessmodel nader toe te lichten. In december 2022 beëindigde de bank echter de relatie met eisers en A&B op basis van artikel 5 lid 3 Wwft, vanwege onduidelijkheden in het businessmodel. De bank constateerde met name dat er aanzienlijke bedragen werden rondgepompt. De eisers stelden een kort geding in om de relatie voort te zetten.

Beoordeling van het geschil

De voorzieningenrechter benadrukte dat de bank contractueel bevoegd is om de relatie met een klant te beëindigen volgens artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden (ABV). Echter, deze bevoegdheid moet worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW), met inachtneming van de bancaire zorgplicht (artikel 2 ABV). Als de bank haar cliëntenonderzoek niet kan afronden, moet ze de relatie beëindigen op grond van artikel 5 lid 3 Wwft.

De Rabobank onderbouwde dat er hoge bedragen werden rondgepompt zonder plausibele verklaring, leningen werden verstrekt zonder duidelijke bestemming, en gelden vaak op dezelfde dag overgemaakt naar de persoonlijke rekening van X. Daarnaast waren het businessmodel en de activiteiten van de betrokken vennootschappen onduidelijk. Het was niet duidelijk in welke sectoren LIG investeerde en waar ze haar investeringsbronnen vandaan haalde. De antwoorden van X op de vragen van de bank werden als inhoudsloos beschouwd.

Volgens de voorzieningenrechter heeft de Rabobank voorshands, met behulp van concrete voorbeelden, voldoende aangetoond dat ze de relatie met eisers moest beëindigen op grond van artikel 5 lid 3 Wwft. Zelfs tijdens de zitting slaagde de advocaat van eisers er niet in om de twijfels van de bank weg te nemen. Omdat er een verplichte beëindigingsgrond bestond op basis van de Wwft, kon niet gesteld worden dat de opzegging in strijd was met artikel 35 ABV of de redelijkheid en billijkheid.

Eindoordeel

De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorzieningen afgewezen en veroordeelde eisers tot het betalen van de proceskosten.

Heeft u juridische vragen of hulp nodig bij financiële geschillen? Neem dan contact op met onze ervaren advocaten van Financieel Recht Advocaten. Wij staan klaar om u te adviseren en te begeleiden bij uw juridische kwesties.

Lenie Spoor

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant