Uitspraak: Rechtbank Midden-Nederland kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige registratie in EVR en IR

Op 8 november 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland een belangrijke uitspraak gedaan in twee gevoegde zaken waarbij een eiser, aangeduid als [eiser], schadevergoeding eiste wegens onrechtmatige registratie van strafrechtelijke persoonsgegevens in zowel het Extern Verwijzingsregister (EVR) als het Intern Verwijzingsregister (IR). De registratie was verricht door een bank, [gedaagde 1], en een kredietverlener, [gedaagde 2]. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende grond was voor deze registraties en kende schadevergoeding toe aan [eiser]. In deze blog bespreken we de details van de zaak en de overwegingen van de rechtbank.

Achtergrond van de zaak

De zaak tussen [eiser] en [gedaagde 2] begon bij de rechtbank Amsterdam. Op verzoek van [eiser] werd deze zaak in juli 2022 verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, waar deze werd gevoegd met een andere zaak van [eiser] tegen [gedaagde 1].

Onrechtmatige registratie

In beide zaken stond de vraag centraal of er voldoende grond was voor de registratie van de strafrechtelijke persoonsgegevens van [eiser]. Beide gedaagden hadden gegevens van [eiser] geregistreerd in het EVR en IR, wat verstrekkende gevolgen had voor zijn financiële mogelijkheden. De rechtbank oordeelde dat deze registraties onrechtmatig waren en dat [eiser] recht had op schadevergoeding.

Aankoop en financiering van de woning

Op 9 december 2014 kocht [eiser] een woning voor €171.000. Om deze aankoop te financieren, vroeg hij een hypothecaire lening aan bij [bedrijf 1], die aanvankelijk bereid was deze lening te verstrekken.

Extra krediet voor verbouwing

Voor de verbouwing en inrichting van zijn nieuwe woning vroeg [eiser] een extra krediet aan bij [gedaagde 2], waar hij al bankrekeningen had. Deze aanvraag werd afgewezen omdat [gedaagde 2] vond dat [eiser] onvoldoende financiële ruimte had.

Aanvraag bij [gedaagde 1]

Daaropvolgend diende [eiser] een kredietaanvraag in bij een dochteronderneming van [gedaagde 1]. [gedaagde 1] vermoedde fraude vanwege onregelmatigheden in de salarisstroken en nam contact op met [gedaagde 2] voor verificatie. [gedaagde 2] concludeerde dat er sprake was van fraude en registreerde de strafrechtelijke persoonsgegevens van [eiser] in het EVR.

Criteria voor registratie in EVR en IR

De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van de registraties aan de hand van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI). Registratie in het EVR en IR is alleen toegestaan als er voldoende concrete feiten zijn die een strafbaar feit kunnen bewijzen, en er moet sprake zijn van een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld.

Onvoldoende grond voor registratie

De rechtbank vond dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet voldoende concrete feiten en omstandigheden hadden aangevoerd om de registraties te rechtvaardigen. Beide gedaagden hadden niet kunnen bewijzen dat [eiser] zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten zoals valsheid in geschrifte of oplichting. De door hen aangevoerde omstandigheden, zoals onregelmatigheden in salarisstroken en werkgeversverklaringen, waren niet voldoende om de registratie te rechtvaardigen.

Belangenafweging

De rechtbank oordeelde dat de registraties niet proportioneel waren en dat de financiële instellingen andere, minder verstrekkende middelen hadden moeten gebruiken om hun doel te bereiken. De inbreuk op de privacy en de verstrekkende gevolgen voor [eiser] waren niet gerechtvaardigd.

Financiële en persoonlijke gevolgen

De onrechtmatige registraties hadden ernstige gevolgen voor [eiser]. Door de registraties werd zijn hypothecaire lening ingetrokken, wat leidde tot aanzienlijke financiële schade. De rechtbank vond dat de registraties direct hadden bijgedragen aan deze schade, waardoor zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld voor de schade.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank wees de vorderingen van [eiser] toe en veroordeelde [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van de schadevergoeding. De exacte schadevergoeding zal in een aparte schadestaatprocedure worden bepaald. Daarnaast werd de proceskostenveroordeling van €1.997,03 aan [eiser] toegewezen.

Financieel Recht Advocaten

Bent u zelf geconfronteerd met onterechte registraties door banken, leningen of kredietverleners? Financieel Recht Advocaten staat klaar om u bij te staan in juridische kwesties. Neem contact op met Financieel Recht Advocaten om uw situatie te bespreken en uw rechten te beschermen.

Wesley van Elven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant