Uitspraak: Opzegging bankrelatie met coffeeshop-exploiterende vennootschappen bevestigd, maar niet met restaurant

ING beëindigt de bankrelatie met een groep vennootschappen die twee coffeeshops en een restaurant exploiteren vanwege een onacceptabel risico op witwassen. De rechtbank bevestigt deze opzegging, behalve voor de vennootschap die het restaurant exploiteert, aangezien deze niet bij het witwasrisico betrokken is.

Achtergrond van de zaak

A Holding B.V. is enig bestuurder en aandeelhouder van A B.V., B B.V. en C B.V. Vennootschappen A en C exploiteren elk een coffeeshop, terwijl B een restaurant exploiteert. De enige bestuurder en aandeelhouder van A Holding B.V. is Persoon 1. Al deze partijen bankieren uitsluitend bij ING.

A Holding B.V. kocht A en C van X Holding B.V., die sindsdien managementadvies aan horecaondernemingen verleent. X Holding zou ook managementadvies aan A Holding leveren in ruil voor hoge management fees en bijna de helft van de winst van A Holding. Beide partijen waren betrokken bij tijdelijke sluitingen van de coffeeshops, strafrechtelijk onderzoek en zeer hoge stortingen in coupures van € 500.

ING beëindigt nu ook de bankrelatie met A Holding, de vennootschappen A, B, en C en Persoon 1, omdat het vereiste cliëntenonderzoek volgens de Wwft niet voldoende kan worden uitgevoerd en de gesignaleerde risico’s onvoldoende zijn weggenomen.

Geschil en eisen

A Holding, de vennootschappen A, B, en C en Persoon 1 vorderen dat de bankrelatie wordt voortgezet.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat ING verplicht was om op grond van art. 5 lid 3 Wwft de bankrelatie met A Holding, en de vennootschappen A en C en Persoon 1 te beëindigen. De grondslag en tegenprestatie voor de hoge betalingen voor managementadvies van Holding X zijn niet afdoende verklaard. Hierdoor is het vermoeden gerechtvaardigd dat X Holding economisch nog altijd (deel)eigenaar is van A en C. De vennootschappen zijn dus niet transparant over hun organisatiestructuur, wat een onacceptabel risico op witwassen oplevert.

Echter, ING was niet verplicht om de bankrelatie met B op te zeggen, aangezien B niet betrokken was bij de betalingen aan X Holding voor het managementadvies. Daarom mocht de bankrelatie met B niet worden beëindigd. Bovendien heeft Persoon 1 als consument recht op een basisbetaalrekening bij ING. ING mocht de bankrelatie wel opzeggen, maar kon niet onder de basisbetaalrekening uitkomen.

Besluit

De rechtbank verklaart dat ING de bankrelatie met B moet voortzetten en aan Persoon 1 een basisbetaalrekening moet aanbieden. De vordering tot voortzetting van de bankrelatie met A Holding, en de vennootschappen A en C, wordt door de rechtbank afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 1 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:388 (Datum van publicatie: 10 februari 2023).

Conclusie

De uitspraak van de rechtbank bevestigt de opzegging van de bankrelatie door ING met de groep vennootschappen die twee coffeeshops exploiteren vanwege een onacceptabel risico op witwassen. Echter, de opzegging met betrekking tot de vennootschap die het restaurant exploiteert is niet bevestigd, aangezien deze vennootschap niet betrokken is bij het witwasrisico. Verder heeft Persoon 1 recht op een basisbetaalrekening bij ING, ondanks de opzegging van de bankrelatie.

Financieel Recht Advocaten

Wij van Financieel Recht Advocaten hebben veel ervaring met het procederen tegen financiële instellingen als het gaat om het Wwft onderzoek. Heeft u vragen met betrekking tot verplichtingen van de Wwft, het cliëntenonderzoek (KYC onderzoek), Customer Due Dilligence (CDD) of de registratie van uw persoonsgegevens in interne of externe verwijzingsregisters (EVR/IVR). Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze advocaten.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op
Fabienne de Jong

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant