Uitspraak: Opzegging bankrelatie, blokkeren rekeningen en registraties IR, IVR en EVR gehandhaafd

In deze zaak stonden ABN AMRO en de zorgaanbieder X, met haar enig aandeelhouder, tegenover elkaar. De bank verdacht de zorgaanbieder en aandeelhouder van fraude met gelden van een ernstig zieke cliënt. De bank besloot daarop de bankrelatie op te zeggen, de betaalrekeningen te blokkeren en de aandeelhouder in incidentenregisters te registreren.

Aanleiding

De zaak begon in de periode 18 juli tot 13 of 14 september 2022, waarin X fulltime zorg verleende aan een ernstig zieke cliënt. X stuurde daarvoor facturen voor een totaalbedrag van € 141.772,23 en ontving aanvullende betalingen die niet aan een factuur gekoppeld konden worden. Ook werden er twee ‘giften’ bijgeschreven op de privérekening van de aandeelhouder met de omschrijvingen ‘dank’ en ‘leven redden’.

ING, de bank van de ernstig zieke cliënt, raakte op de hoogte van de betalingen en verzocht ABN AMRO de bankrekeningen van X en haar aandeelhouder te blokkeren. ABN AMRO kwam hieraan tegemoet en stuurde bij brief van 4 oktober 2022 een opzegging van de bankrelatie, waarbij de aandeelhouder voor een periode van acht jaar zou worden geregistreerd in het Incidentenregister (IR), het Intern Verwijzingsregister (IVR) en het Extern Verwijzingsregister (EVR).

Redelijkheid en billijkheid

X en haar aandeelhouder vroegen de voorzieningenrechter om ongedaanmaking van de opzegging van de bankrelatie, de blokkering van de rekeningen en de incidentregistraties. De rechter stelt voorop dat de bank op grond van art. 35 Algemene Bankvoorwaarden (ABV) de contractuele bevoegdheid heeft om de bankrelatie te beëindigen, maar dat deze bevoegdheid wordt begrensd door de bancaire zorgplicht en de redelijkheid en billijkheid. Eisers moesten stellen en aannemelijk maken dat de bank in het specifieke geval niet van haar bevoegdheid tot opzegging gebruik mocht maken.

Beoordeling rechter

De rechter oordeelde dat de vermoedens dat sprake was van fraude niet zonder grond waren en dat ABN AMRO de gelden had geblokkeerd om eventuele verhaalsacties van benadeelden veilig te stellen. Tevens had ABN AMRO een belangenafweging gemaakt waaruit bleek dat aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit was voldaan. Daarnaast had ABN AMRO voldoende concrete aanwijzingen van het plegen van fraude en was voldaan aan de eisen uit het goedgekeurde Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021 (PIFI).

Uiteindelijk werden de gevraagde voorzieningen afgewezen en werd de opzegging van de bankrelatie, de blokkering van de rekeningen en de registraties in de incidentenregisters in stand gelaten. Lees de gehele uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.

Financieel Recht Advocaten

Wij van Financieel Recht Advocaten hebben veel ervaring met het procederen tegen financiële instellingen als het gaat om het Wwft onderzoek. Heeft u vragen met betrekking tot verplichtingen van de Wwft, het cliëntenonderzoek (KYC onderzoek), Customer Due Dilligence (CDD) of de registratie van uw persoonsgegevens in interne of externe verwijzingsregisters (EVR/IVR). Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze advocaten.

Lenie Spoor

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant